Kabinet Jetten lijkt veel op Rutte IV, maar moet niet in dezelfde valkuilen trappen
In dit artikel:
Het nieuw aangetreden kabinet onder leiding van D66‑voorman Rob Jetten lijkt sterk op de eerdere Rutte‑regeringen, maar de hoofdstelling van het stuk is dat daarmee gebroken moet worden om een herhaling van de kiezersopstand van 2023 te voorkomen. Jetten kwam met optimistische leuzen en beloofde daadkracht na het chaotische intermezzo‑Schoof — een periode van ruim twee jaar die werd gekenmerkt door ruzies en bestuurlijke stilstand — en maakte D66 daarmee tot de grootste partij, al blijft die positie relatief klein.
De redacteur waarschuwt dat veel makkelijke oplossingen (zoals die van BBB en PVV rond stikstof en asiel) onhaalbaar waren, maar dat hetzelfde risico bestaat bij het nieuwe kabinet: het coalitieakkoord wijkt niet wezenlijk af in toon en aanpak van Rutte III/IV. Die eerdere kabinetten, gesteund door soortgelijke partijen plus de ChristenUnie, kampten met interne strijd, vastgelopen dossiers en schandalen, wat in 2023 leidde tot electorale afrekening en de opkomst van protestpartijen.
Een positief punt is dat het huidige kabinet een minderheidsconstructie heeft en dus afhankelijk is van samenwerking met andere partijen. Maar als de regering vasthoudt aan eigen gelijk en weinig bestuurlijke vernieuwing brengt, ligt opnieuw onvrede onder kiezers en politieke instabiliteit op de loer.