Journalist Simon Kuper aan de vooravond van zijn tiende WK: 'Al mijn snaren trillen voor Oranje'

zondag, 7 juni 2026 (08:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Simon Kuper (Kampala 1969), journalist en columnist voor The Financial Times, reist deze zomer voor de tiende keer naar een WK voetbal. De Brit/Fransman uit een Zuid-Afrikaanse familie groeide grotendeels op in Leiden en onderhoudt zijn band met Nederland door nog altijd Oranje aan te moedigen. Op zijn werkkamer in Parijs bewaart hij vitrinevolgeschreven notitieboekjes als geheugen van negen eerdere eindtoernooien; voor het aankomende toernooi stopt hij opnieuw lege boekjes in zijn koffer en vertrekt iets later omdat zijn zonen examens hebben in Frankrijk.

Kuper zegt vooral voor voetbalverhalen naar de Verenigde Staten te gaan en niet primair voor geopolitieke analyses, al erkent hij dat het toernooi onvermijdelijk politiek geladen zal zijn. In tegenstelling tot Rusland 2018 en Qatar 2022 — die volgens hem het toernooi gebruikten om internationaal imago te verbeteren — verwacht hij dat een door Donald Trump gedomineerd WK eerder het anti‑wereldgevoel zal aanwakkeren. Trump ziet hij als mediaman die voortdurend kritiek zal spuien en zichzelf in de schijnwerpers wil zetten; waar andere machthebbers proberen zich vriendelijk te presenteren, denkt Kuper dat Trump eerder provocatie zal zoeken. Dat maakt het toernooi volgens hem extra interessant voor verslaggevers die kunnen vergelijken met eerdere edities.

Over de oproepen tot boycot is Kuper resoluut: zulke acties treffen vooral gewone fans en ontnemen mensen hun plezier. Voetbal behoort volgens hem aan het publiek; tegelijk moet de internationale aandacht wel worden gebruikt om misstanden bloot te leggen en te bekritiseren. Kuper wijst ook op veranderingen sinds zijn eerste WK in 1994: destijds was voetbal in de VS nog een niche, nu zijn Amerikanen veel meer vertrouwd met soccer, terwijl het expanderen naar 48 landen de groepsfase voor hem minder spannend maakt omdat vroegtijdig uitschakelen van favorieten minder snel voorkomt.

Persoonlijk voelt Kuper nog altijd diepe nostalgie voor het Nederlandse totaalvoetbal van de jaren zeventig — daarom juicht hij nog steeds voor Oranje. Toch is hij realistisch over de kansen: hij schat de Nederlandse titelkans op hooguit vijf procent en heeft weinig bewondering voor Ronald Koeman als topcoach; in zijn optiek zijn grote taktische interventies en trainersautoriteit tegenwoordig zeldzaam. Sportief rekent hij op een Europese winnaar, met Spanje en het sterke aanvalsvierkant van Frankrijk als favorieten — en hij geeft eerlijk toe dat hij zijn Franse kinderen dat succes zou gunnen.

Naast zijn verslaggeving publiceerde Kuper recent De wereld aan mijn voeten, waarin hij indrukken van negen WK’s verzamelt, en verscheen een nieuwe Nederlandse vertaling van Soccernomics, het boek dat hij samen met Stefan Szymanski schreef over de grote raadsels van het moderne voetbal.