'Je hoopt natuurlijk dat we een wolf tegenkomen', zegt schaapherder Reinier (62), 'maar geloof me: dat wil je niet'
In dit artikel:
In Balloo (Drenthe) lopen hoofdherder Julie Teunen (43) en haar collega Reinier van Klinken (62) met een kudde van zo’n 240 schapen over het Balloërveld — letterlijk in de “frontlinie” van de Nederlandse wolfexpansie. De reportage beschrijft het dagelijkse werk en de zorgen van herders die moeten zien te combineren natuurbeheer met het omgaan met een grote roofdier: pragmatische inzet van honden, rasters en veel extra menskracht staat tegenover slimme, soms gedurfde wolven die steeds vaker in of vlakbij begrazingsgebieden opduiken.
De wolf is niet langer een ver-van-mijn-bed-dier. Zowel wandelaars als boeren hebben incidenten meegemaakt: van een roedel die pal bij woningen verscheen tot het gedrag van individuele dieren die mensenschuwheid verliezen. Een bekend voorbeeld is ‘probleemwolf’ Bram op de Utrechtse Heuvelrug, die in december 2025 na meerdere incidenten werd afgeschoten. Herders maken onderscheid tussen schuwe roedels en eenlingen: de zwervers kunnen juist riskanter optreden omdat ze geen roedelondersteuning hebben en daarom vaker onverwachte, brutale beslissingen nemen.
Preventie vergt veel inzet en geld. Standaard verplaatsbare afrasteringen zijn te licht tegen wolven; wolfwerende rasters zijn zwaarder, arbeidsintensiever en vragen zorgvuldige plaatsing. Bewakingshonden zoals Haze (een Australian working kelpie) kunnen veel werk verzetten, maar zijn geen waterdichte oplossing: wolvenroedels gebruiken tactieken, kunnen honden uitputten of leren hoe ze omgaan met menselijke afschrikmaatregelen. Ook gelden er praktische beperkingen: loze stroomrastering in beschermde natuurgebieden stuit op regelgeving en grootschalige afrastering zou het landschap, en daarmee de migratieroutes van reeën, dassen en herten, ingrijpend veranderen.
Financieel en organisatorisch betekent de wolf een zware last voor schaapskuddes. Van Klinken rekent voor dat er per kudde grofweg een extra fte nodig is en dat voor de tien Drentse kuddes de preventie en beveiliging neer kan komen op bijna een miljoen euro per jaar aan personele en materiële kosten — geld dat waarschijnlijk niet zomaar beschikbaar wordt gesteld. De werkdruk en het fysieke zware werk (zwaardere rasters, intensief maaibeheer rondom afrasteringen) leiden tot zorgen over personeel en continuïteit.
De aanwezigheid van wolven raakt niet alleen schapen: ook zeldzame heidekoeien (van een bijna uitgestorven ras dat door de stichting Het Stroomdal wordt beheerd) lopen risico. Hoge kalververliezen, zoals elders gemeld, zouden deze populatie flink kunnen decimeren. Tegelijkertijd zijn de schapen zelf onderdeel van natuurbeheer: ze helpen bij het verwijderen van neergeslagen stikstof en het openhouden van het landschap; in combinatie met heidekoeien voorkomen ze de opschoning door grassen en riet.
Herders zelf staan niet eenduidig antiwolf: er is bewondering voor de pracht van het dier en tegelijk realistische angst en frustratie over de gevolgen voor vee, honden en cultuurhistorische begrazing. De discussie over of Nederland te dichtbevolkt of te versnipperd is voor wolven vermijden de herders grotendeels; zij gaan uit van de praktische vraag: hoe houd je kuddes veilig en het landschap in stand? Rond die vraag botsen ecologie, recreatie, landbouw en politiek: loslopende honden, toeristen en beperkte middelen maken samenleven met de wolf complexer dan simpele pro- of contra-standpunten doen vermoeden.