Jan Willem (49) is al 25 jaar bioboer in Munnekezijl. 'Kunnen er over 50 jaar niet bij dat we PFAS over ons eten spoten'
In dit artikel:
Jan Willem Bakker van BakkerBio in Munnekezijl (Groningen) belichaamt hoe de Nederlandse biologische akkerbouw zich in twee decennia ontwikkelde: 25 jaar geleden stapte hij met zijn vader over op biologisch telen, aanvankelijk vooral gedreven door economische kansen en het vermijden van chemische drift richting het dorp. Inmiddels is hij voorzitter van het regionale samenwerkingsverband BioWad en teelt hij met zijn gezin en personeel onder meer bloemkool, uien, pompoenen, knolselderij, pootaardappelen en kruidenrijk gras voor vee.
Volgens het CBS nam het aantal biologische akkerhectares jarenlang toe tot 2025, maar het afgelopen jaar is het areaal licht gedaald. Bakker relativeert die daling: dergelijke dipjes komen vaker voor na een fase van snelle groei en veel afvallers melden zich doorgaans binnen vier jaar weer af. Op de lange termijn ziet hij wel een stijgende lijn, ook al kromp het totale Nederlandse landbouwareaal de afgelopen jaren.
De omschakeling verliep niet zonder slag of stoot: natte beginjaren en lastige oogsten liggen achter Bakker. Vorig jaar waren de opbrengsten van bloemkool en aardappelen bijvoorbeeld teleurstellend door nattigheid. Tegelijk wijst hij erop dat ook gangbare boeren kampen met problemen, zoals prijsdruk door overproductie. Zijn overtuiging voor biologisch telen is in de loop der tijd bovendien meer ideologisch geworden; hij hekelt de “verborgen kosten” van de conventionele landbouw — van broeikasgassen tot vervuiling door kunstmest, pesticiden en PFAS — en ziet biologische methoden als onderdeel van de oplossing voor enkele van die issues.
Op het bedrijf werkt hij met een ‘levende bodem’, ploegt niet meer en ziet technologische oplossingen zoals onkruidrobots als toekomstig hulpmiddel. De grootste teeltuitdaging vormen echter ziekten en schimmels, die door klimaatverandering en intensivering agressiever lijken te worden.
Economisch wijst Bakker op twee knelpunten voor bio: logistieke kosten en supermarktprijspolitiek. Omdat biologische producten in winkels vaak apart worden behandeld en extra verpakt of gemarkeerd, lopen de kosten op; onderzoek in opdracht van Milieudefensie concludeerde bovendien dat supermarkten zoals Ahold een flinke marge op biologische artikelen rekenen. Bakker pleit voor meer Nederlandse bioboeren om de productstroom te vergroten, logistieke schalen te behalen en zo consumentenprijzen te verlagen — idealiter richting niveaus die in Duitsland gangbaar zijn. Met slechts zo’n 4,5 procent bio-akkerbouw scoort Nederland volgens hem laag binnen Europa.
Bakker benadrukt tot slot dat consumenten ook moeten accepteren dat voedsel iets mag kosten wanneer productie rekening houdt met milieu en gezondheid; voedseluitgaven vormen bovendien slechts een klein deel van huishoudbudgetten, maar blijven een belangrijke besparingspost voor Nederlanders.