Jan (82) zwierf ruim vijftig jaar met paard en wagen door Frankrijk: 'verboden' woord 'zigeuner' was voor deze vrijbuiter een eervolle naam
In dit artikel:
In het Caremeau-ziekenhuis in Nîmes overleed Jan Dam, die de laatste twee jaar van zijn leven in een gesloten verpleegafdeling doorbracht — een kille afronding van een leven dat decennialang in het teken stond van zwerven en vrijheid. Geboren in Lemmer als zoon van een sluiswachter, raakte hij als kind gefascineerd door rondreizende woonwagenbewoners; die fascinatie leidde er later toe dat hij zelf een woonwagen en paarden kocht en meer dan veertig jaar als nomade door met name Frankrijk trok.
Voorafgaand had Dam uiteenlopende banen: van bordenwasser op Schiphol tot beroepsvisser bij de Kaap de Goede Hoop. Samen met zijn toenmalige partner Jeriena leefde hij in de huifkar; in 1983 werd in Breda hun dochter Freya geboren. Freya trok de eerste jaren met hen mee, maar haar moeder koos later voor een vast leven in Nederland en zij groeide op bij haar grootmoeder in Den Helder.
Dam legde in zijn zwervende jaren ruim tachtigduizend kilometer af, bezocht vrijwel jaarlijks de pelgrimstocht van Roma en Sinti naar Les-Saintes-Maries-de-la-Mer in de Camargue en vestigde zich later in de buurt van Beaucaire, waar zijn jongere partner Carine Jacquesson — van Roma-afkomst — de huifkar deelde. Zijn memoires beschrijven die periode vol vrijheidsdrang, streken en liefdes.
In 2023 sloegen de problemen toe: vermoedelijk een hersenbloeding en daarna terugkerende gezondheidsproblemen maakten terugkeer naar de kar onmogelijk. Uiteindelijk belandde hij in een verpleeginstelling, tegen zijn zin. Dochter Freya nam in september afscheid toen hij een zware longontsteking kreeg. Er is nog geen uitvaart geweest; Dam had geen kerkdienst gewild maar wilde wel in Beaucaire worden begraven, iets dat volgens zijn partner van besluitvorming door Franse instanties afhangt. Op de pelgrimstocht zal zijn nostalgische huifkar voortaan gemist worden.