Jan (73) uit België houdt van de winter en krijgt kippenvel van de Elfstedentocht. 'Ik zet me schrap tegen de zomer-meelopers. Dat zijn successupporters'
In dit artikel:
Jan Hertoghs, 73-jarige Antwerpse journalist en schrijver, draagt een bijna onverwoestbare liefde voor kou, sneeuw en ijs — een genegenheid gevoed door jeugdervaringen en door de magische momenten rond schaatsen zoals de Elfstedentocht. Dagelijks fietst hij door het Stadspark van Antwerpen en mist hij de wintertaferelen die hij zich nog herinnert: ademwolken van joggers, kinderen die op een vijver het prille ijs verkennen. Die heimwee is nu samengebald in zijn nieuwe boek LIVE | Code geel wegens dichte mist & slapende bestuurder ramt geluidswal N32, een persoonlijke lofzang op de drie koude maanden en tegelijk een wake-upcall over wat hij ziet als verlies van de winter.
Hertoghs verzamelt al decennialang krantenknipsels, foto’s en anekdotes rond het seizoen. Zijn boek mengt kleine en grote herinneringen — van het kneden van sneeuwballen op het station van Trois-Ponts en het bewaren van die ballen in de diepvriezer, tot ruige ervaringen in een Amerikaanse blizzard en een sledepartij door Finse bossen met husky’s. Ook de Elfstedentochten die hij bijwoonde (1985, 1986, 1997) markeerden hem: de spanning van de start in Leeuwarden, de schaatsers met mijnwerkerslampjes en de gemeenschapsmomenten langs het ijs maakten blijvende indruk.
Tegelijkertijd voert Hertoghs een kritiek op de hedendaagse houding tegenover winter: waar vroeger het seizoen lijdzaam geaccepteerd werd, overheerst nu klaagzang en gemakzucht. Hij trekt aan de alarmbel over wat hij “winterverlies” en “winteramnesie” noemt: veel Belgen ervaren winters als zachter of minder aanwezig — een statistiek van het KMI ondersteunt dat gevoel: van de laatste 25 Belgische winters waren er 19 officieel zacht, waarvan 9 als ‘buitengewoon zacht’ werden aangemerkt. Hertoghs stoort zich aan de alledaagse relativeringen in media en krantenkoppen die winters wegzetten als iets om snel te overleven, en aan het gedrag van mensen die jonge kinderen van dun ijs weren terwijl het water in lokale vijvers vaak ondiep is.
Hij verzet zich tegen een maatschappelijke trend die de winter reduceert tot hinder: strooiwagens, waarschuwingen en een reflex om de koude te bestrijden hebben volgens hem het seizoenskarakter uitgehold. Tegelijk erkent hij de schaduwzijde van zijn geliefde jaargetijde — de winter kan hard en zelfs levensbedreigend zijn (oorlogswinters, lawines) — en dat dubbelzinnigheid intrigeert hem: de omslag van sprookjesachtig naar gevaarlijk hoort onlosmakelijk bij het seizoen.
Als tegenreactie roept Hertoghs in zijn boek op tot een literair “Winterfront”: een symbolische beweging van mensen die de winter in al haar aspecten omarmen, niet alleen de fotogenieke momenten maar ook de grijze, onaangename dagen. Het is geen plan voor een organisatie, maar een oproep om het bestaanrecht van de winter als volwaardig seizoen te verdedigen — “er zijn nog altijd vier seizoenen”, aldus zijn pleidooi — en om te voorkomen dat kinderen opgroeien die sneeuw vanzelfsprekend vinden of verwarren met strooizout.
LIVE | Code geel wegens dichte mist & slapende bestuurder ramt geluidswal N32 is zowel nostalgie als kanttekening bij klimaat- en cultuurveranderingen. Het wil bewaren wat verloren lijkt te gaan en mensen herinneren aan de waarde van kou, ijs en sneeuw. Uitgeverij Tzara bracht het uit; de winkelprijs is 22,99 euro.