Jan (1943 - 2025) zwierf ruim vijftig jaar met paard en wagen door Frankrijk: 'verboden' woord 'zigeuner' was voor deze vrijbuiter een eervolle naam

dinsdag, 23 december 2025 (10:26) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Jan Dam, geboren in Lemmer als zoon van een sluiswachter, bracht meer dan vijftig jaar een zwervend leven door, vooral in Frankrijk. Nadat hij een reeks gewone banen had gehad — onder meer bordenwasser op Schiphol, havenarbeider in Amsterdam en beroepsvisser bij de Noordzee en bij Kaap de Goede Hoop — kocht hij van zijn spaargeld een woonwagen en twee paarden en trok hij het land in. Zijn levenskeuze kwam voort uit een vroegere fascinatie: als kind had hij zigeuners met hun karretjes en paarden zien passeren en besloot dat hij hetzelfde vrije bestaan wilde leiden.

In de jaren daarna legde hij ruim tachtigduizend kilometer af, volgens zijn memoires ongeveer twee keer de omtrek van de aarde, gevuld met avonturen, ontmoetingen en pelgrimstochten. Jaarlijks nam hij deel aan de grote Roma- en Sinti-bedevaart naar Les-Saintes‑Maries‑de‑la‑Mer in de Camargue. Decennialang deelde eerst Jeriena zijn nomadenbestaan; in 1983 werd hun dochter Freya in Breda geboren. Kort daarna vestigden Jeriena en Freya zich in Nederland voor een regelmatiger leven en schoolgang, terwijl Jan zijn omzwervingen voortzette. De laatste jaren woonde hij in de buurt van Beaucaire, vlakbij Arles, en deelde hij de huifkar met zijn partner Carine Jacqueson, die van Roma‑afkomst is.

In 2023 ging het mis: toen Freya signalen van ernstige verwardheid opving, vloog ze naar Frankrijk en bracht hem naar het ziekenhuis in Arles; vermoedelijk had hij een hersenbloeding gehad. Pogingen om weer in de huifkar te wonen mislukten. Uiteindelijk verbleef Jan de laatste twee jaar van zijn leven in een gesloten verpleeginrichting/ziekenhuisafdeling in Nîmes, in een sobere kamer zonder uitzicht — een einde dat haaks stond op zijn idealen van vrijheid. Freya nam in september afscheid toen hij een zware longontsteking had. Er is nog geen uitvaart geweest; Jan had aangegeven niet in een kerkdienst te willen, maar begraven te willen worden in Beaucaire. Of dat door de Franse bureaucratie en gemeente geregeld kan worden, is onzeker.

Zijn afwezigheid valt op tijdens de jaarlijkse bedevaart: de nostalgische huifkar van Jan zal voortaan worden gemist. Zijn leven illustreert een ingekeerde paradox: een charismatische vrijbuiter die onafhankelijkheid hoog in het vaandel droeg, maar uiteindelijk afhankelijk werd van zorg en regels waar hij zich nooit comfortabel bij voelde.