Jagers zijn deze zomer druk met afschot grauwe gans. 'Absolút gjin domme goes'

vrijdag, 8 augustus 2025 (06:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Tussen Oudemirdum en de IJsselmeerdijk houden jagers deze zomer intensief de jacht op de grauwe gans, een steeds vaker jaarrond in Friesland verblijvende soort die flinke vraatschade veroorzaakt. Op een avond in een eenvoudige schuilhut nabij Oudemirdum tonen Douwe Albada (51), melkveehouder uit Balk, en Klaas Schotanus (41), campinghouder en docent uit Oudemirdum, hoe zij met lokganzen, elektronische roepen, een wapperaar en hun apporteerende labrador Carlos op ganzen jagen. De jachtperiode loopt van april tot oktober; de twee zijn al tientallen jaren actief binnen wildbeheereenheid Gaasterland.

De aanleiding is economisch: de geschatte landbouwschade door grauwe ganzen steeg van 2,1 miljoen euro in 2020 naar 6,3 miljoen vorig jaar. De provincie Fryslân wil de populatie drastisch reduceren — van circa 80.000 naar ongeveer 9.000 exemplaren in 2029 — en rekent voor dit jaar op een afschot van rond 35.000 ganzen. Dat doel is volgens de jagers lastig haalbaar. De grauwe gans is slim en zomers moeilijker te verleiden omdat er veel eten voorhanden is en de vogels langere tijd kunnen foerageren.

De jachtmethode is ambachtelijk en tactisch: ongeveer veertig realistische lokganzen worden verspreid in het weiland om overvliegende vogels te lokken; geluidssignalen en visuele prikkels bootsen een veilige rustplaats na. Wanneer groepen toch laag genoeg naderen, wordt geschoten — volgens de jagers bij voorkeur binnen 35 meter om trefzekerheid te garanderen — waarna de hond de aangescho­ten vogels apporteert. Tijdens de beschreven avond was het resultaat vier grauwe ganzen na drie uur observeren en afwachten; op andere dagen lukt het veel beter, soms met tientallen exemplaren.

Albada en Schotanus benadrukken dat veel van dit werk vrijwilligerswerk is en dat jagers een belangrijke rol spelen bij schadebeperking. Ze pleiten voor meer waardering en minder ingewikkelde regelgeving. Als voorbeelden noemen ze de plicht om schietacties binnen 24 uur te registreren en eerdere, inmiddels ingetrokken, beperkingen op het inzetten van jachthonden. Ook hekelen ze dat de provincie vergunningen om eieren onvruchtbaar te maken te laat verstrekte, waardoor natuurorganisaties dat soms verbood wanneer al kuikens in de eieren zaten — volgens de jagers slecht voor effectief populatiebeheer.

Verder wijzen zij op menselijke keuzes in natuurbeheer: sommige terreinen van terreinbeherende organisaties zijn door rietvorming en natte biotopen aantrekkelijker geworden voor ganzen, waardoor traditionele weidevogelgebieden veranderen. Na het schieten verwerken de jagers de vogels zelf; de buit wordt niet weggegooid maar als vlees gebruikt, wat zij zien als “oogst uit de natuur”.

Kortom: de combinatie van groeiende, deels standvastige ganzenpopulaties, agrarische schade en politiek-bestuurlijke keuzes leidt tot een intensivering van de zomerjacht in Friesland. Jagers bepleiten praktische beleidsaanpassingen en meer waardering voor hun rol om het beoogde afschot en de schadebeperking haalbaar te maken.