It eachweid fan de FNP is stadichoan ferbrede, stelt Hindrik van der Meer | opiny
In dit artikel:
Sipke Gerbrandy uit De Hommerts staat model voor de toon van dit stuk: zijn liefde voor Fryslân en tegelijk medeleven met mensen elders inspireert de oproep van Hindrik van der Meer. Van der Meer blikt terug op de oprichting van de FNP in 1962 en belicht de recente koerswisseling: op een goed georganiseerde ledenvergadering is met een krappe meerderheid besloten dat de regionale partij mee wil doen aan landelijke verkiezingen en zodoende een zetel in de Tweede Kamer nastreeft.
De beweging binnen de FNP is verschoven van een vroeger soms exclusief, op zichzelf gericht geluid naar een opener, inclusief geluid dat samenwerking zoekt met andere kleine culturen in Nederland. Dat bleek onder meer toen een Drentse kandidate in het Drents sprak en aangaf de landelijke FNP als partner te zien om Den Haag te laten luisteren naar de culturele rijkdom buiten de randstedelijke centra.
Van der Meer plaatst die ontwikkeling in historische context: lang heerste het exclusieve denken, zoals tijdens het koloniale tijdperk toen Nederlandse identiteit dominanter was dan lokale culturen. Als oud-docent onder Papoea’s heeft hij die paternalistische inslag zelf meegemaakt. Nu ontbreekt het de regio’s nog vaak aan zichtbaarheid in nationale toespraak—de Troonrede behandelt regio‑onderwerpen nauwelijks—en daarom is politieke vertegenwoordiging in de Kamer nodig om draagvlak voor regionale talen en tradities te creëren.
Kort samengevat: de FNP wil het Fries en andere regionale culturen steviger vertegenwoordigd zien op nationaal niveau; de partij kiest daarvoor een inclusieve benadering en zoekt bondgenoten buiten Friesland. Auteur: Hindrik van der Meer, woonachtig in Jorwert.