'It drôvich lot fan Mata Hari' | column Pieter de Groot
In dit artikel:
Margaretha Zelle, beter bekend als Mata Hari, krijgt in aanloop naar haar 150ste geboortedag op 7 augustus opnieuw aandacht in Leeuwarden. Hoewel zij door haar veroordeling en executie als vermeende spion vooral het wereldbeeld bepaalt, speelt haar Friese jeugd in veel biografieën en kunstenaarsvoorstellingen nauwelijks een rol; fictie nam vaak de overhand.
Dat veranderde vanaf de jaren zestig. Henny Keikes publiceerde een gedetailleerde studie over haar vijftien Leeuwarder jeugdjaren en werkte systematisch aan het wegwerken van hardnekkige fabels. Eerder, in 1964, had Sam Waagenaar met argumenten voor haar onschuld al een grondslag gelegd voor rehabilitatie. In de Friese cultuur leefde haar verhaal voort via dichters en muzikanten: D. A. Tamminga wijdde in 1941 een ballade aan haar, later behandelden Fedde Schurer en componist Roel Slofstra haar lot in hun werk.
Culturele initiatieven in Friesland probeerden haar imago te nuanceren en zichtbaar te maken. Tijdens het eerste Boekebal van het Keunstnersbûn in 1964 werd een inzameling gestart voor een standbeeld; het geld werd door Rients Gratama overhandigd aan wethouder Jakob Vellenga. Het kostte een decennium voordat het monument er kwam, mede omdat men waakte tegen een frivole verbeelding. Uiteindelijk realiseerde beeldhouwster Suze Boschma-Berkhout een sober portret. Later, in 1990, werd Mata Hari onderwerp van een musical tijdens het Frysk Festival, geschreven door Rients Gratama.
Kortom: Leeuwarden herijkt langzaamaan haar relatie met Mata Hari — van mythevorming naar gedocumenteerde aandacht, beeldende kunst en podiumprojecten die haar Friese achtergrond onderstrepen.
De Oranjezomer: Theo Janssen ziet op tegen één ding bij Studio Sport: ‘Ik vind het altijd een beetje ongemakkelijk’