Is het echt zo erg dat er geen woningen komen in het oude belastingkantoor in Leeuwarden? | LC commentaar
In dit artikel:
BBB-minister Mona Keijzer had de kans om het leegstaande belastingkantoor in Leeuwarden voor woningbouw te behouden, maar in de laatste weken van haar ministerschap verkocht het Rijk het pand aan een hotelondernemer. Dat leidde tot veel ergernis in de lokale politiek; partijen, waaronder de SP en recent ook de lokale BBB, hadden juist gepleit voor huizen op die zichtlocatie. De BBB noemt het “onbegrijpelijk”, wat extra verwarring oproept omdat Keijzer zelf aanvankelijk vanuit Den Haag bij het kabinet betrokken was en intussen haar partij heeft verlaten.
De roep om herbestemming was begrijpelijk: het pand verpieterde en lag op een prominente plek. Tegelijk is het niet het enige leegstaande of onderbenutte gebouw in de stad — voorbeelden zijn het ING-complex, de Achmeatoren en tientallen al jaren lege appartementen bij Greunshiem. Daarnaast zijn er al diverse nieuwbouwprojecten in uitvoering of voorbereiding rond ING, naast de Achmeatoren, bij de voormalige Aegongarage en het Spoordok, die in totaal honderden woningen opleveren.
Een belangrijk knelpunt blijft betaalbaarheid. Veel van die nieuwbouw richt zich op hogere prijsklassen; sociale huur is vaak afhankelijk van subsidies. Bovendien zal het belastingkantoor niet goedkoop om te bouwen zijn: het gebouw heeft bouwkundige problemen zoals brandschade en asbest, waardoor ingrijpende en dure verbouwingen nodig zijn. Kennelijk wilde het Rijk die financiële risico’s niet dragen.
Het voordeel van de verkoop aan een ondernemer is dat er op korte termijn renovatie en hergebruik komt, zonder dat de gemeente wordt belast met de kosten en risico’s. Dat betekent wel dat het politieke debat over het symbolische gebouw blijft, terwijl de meest realistische kansen voor extra betaalbare woningen elders in de stad liggen.