Iraniër Sander (53) uit Feanwâlden hunkert naar de geur van brood in zijn geboorteland. 'Ik zou het zo mooi vinden om terug te keren'

donderdag, 5 maart 2026 (07:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

De Friese Iraniër Sander Terphuis (53) uit Feanwâlden — die 35 jaar geleden als Ahmad Queleich Khany uit Iran vluchtte en sindsdien niet terugkeerde — peinst over de vraag: wat nu na de recente dood van opperste leider Ali Khamenei, afgelopen zaterdag? Voor veel Iraniërs was het overlijden van de man die decennialang het land bestuurde een historisch moment, maar Terphuis waarschuwt dat het regime daardoor niet meteen uiteenvalt.

Hij legt uit dat de staatsmacht in Iran zodanig is georganiseerd dat een machtsvacuüm vrijwel onmogelijk is: de grondwet voorziet in een tijdelijke driehoofdig bestuur en de Raad van Experts kiest direct een nieuwe opperste leider. Volgens Terphuis is een koers naar liberalisering uitgesloten; de revolutionaire koers die Khomeini uitzette — vijandigheid tegenover Israël, strikte religieuze regels voor vrouwen, alcoholverbod — bepaalt wie in aanmerking komt voor de topfunctie.

Terphuis noemt westerse en Israëlische inmenging een noodzakelijk kwaad omdat het binnenlandse verzet herhaaldelijk bloedig de kop in is geslagen. Hij verwijst naar harde repressie door de zogenoemde moraalpolitie en grootschalige protesten die met vuurwapens en traangas zijn neergeslagen. Tegelijk waarschuwt hij voor naïviteit: bombarderen lost een politiek systeem niet op en kan leiden tot een machtsvacuüm zoals in Libië, Syrië en Irak, waar extremistische groeperingen opkwamen.

Als mogelijk overgangsfiguur ziet Terphuis Reza Pahlavi, zoon van de laatste sjah en decennialang in ballingschap in de VS. Hoewel hij zelf geen monarchie wil, ziet Terphuis Pahlavi als een tijdelijke ‘tussenpaus’ die orde kan bewaren totdat vrije verkiezingen mogelijk zijn — met deelname van alle etnische minderheden. Dat laatste is cruciaal: Iran telt talloze bevolkingsgroepen (Baluchis, Koerden, Azeri’s e.a.) die autonomie of onafhankelijkheid willen, en bij een ineenstorting van het centrale gezag dreigt een burgeroorlog. Dat zou niet alleen grote vluchtelingenstromen naar Europa veroorzaken, maar ook de olievoorziening verstoren, aldus Terphuis.

Zijn advies aan westerse leiders is pragmatisch: hulp moet gericht zijn op veiligheid en stabiliteit en het mogelijk maken van eerlijke verkiezingen waarin minderheden een stem hebben. Persoonlijk blijft Terphuis verlangen naar terugkeer: hij mist familie en het gewone leven in Iran — “de geur van Iraans brood, mijn oude school bezoeken en mijn familie weer in de armen vallen” — maar erkent dat zowel interne als externe trajecten naar verandering vol risico’s zitten.