In rolstoel na aanslag, maar 'als regime valt, ga ik naar Iran'
In dit artikel:
De in Leeuwarden woonachtige Iraniër Sadegh Zarza viert deze week zijn zeventigste verjaardag en hoopt boven alles op één cadeau: een vliegticket naar Iran. Geboren in Oshnavieh, in het noordwesten van Iran dicht bij de Iraakse grens, vocht hij al vóór de revolutie van 1979 als commandant in het Koerdische leger. Als leider van grote eenheden was hij zowel onder het regime van de sjah als later onder de ayatollahs een doelwit; zware verwondingen en verlies van kameraden kenmerken zijn verleden.
Na jaren van strijd en letsel verliet Zarza via Turkije Iran en kwam als politieke vluchteling naar Nederland op uitnodiging van de VN. Friesland noemt hij een warm toevluchtsoord. Toch voelt hij zich ook hier niet veilig: in 2020 werd hij bij het station van Leeuwarden 22 keer gestoken door een landgenoot. Hij overleefde ternauwernood, zit sindsdien in een rolstoel en is aan één oog blind. Het Openbaar Ministerie stelde dat die aanval niet in opdracht van het Iraanse regime was, maar Zarza gelooft dat Teheran herhaaldelijk pogingen deed om hem te laten verdwijnen en ervaart de invloed van Iran tot in Nederland.
Samen met zijn nichtje Sakar, die in Leeuwarden is geboren en Iran alleen van verhalen kent, volgt hij het nieuws over de ontwikkelingen in Iran intensief. De familie is groot — naar eigen zeggen ongeveer drieduizend leden — maar ook zwaar getroffen: honderden familieleden zijn in de afgelopen decennia verloren gegaan. Een van de meest indringende herinneringen van Zarza is het sterven van een lijfwacht tijdens de gevechten; diens laatste woorden waren: „Zorg dat ik niet voor niets sterf.” Zarza wil, als hij ooit terug kan, eerst de begraafplaatsen bezoeken van de mannen die hem beschermden.
Hoewel hij sinds zijn vertrek nooit meer in Iran is geweest — hij zag familie slechts één keer in buurland Irak — koestert hij de droom om terug te keren zodra het politieke klimaat verandert. Hij gelooft dat hij en zijn familie warm ontvangen zouden worden en dat terugkeer de cirkel van zijn leven zou sluiten: na bijna vijftig jaar van strijd zou hij vrede vinden. Zijn nichtje deelt die wens; zij wil het land en de landschappen die ze op filmpjes ziet zelf ervaren.
Zarza’s verhaal is zowel persoonlijk als symbolisch: het weerspiegelt de levenslange strijd van veel Koerden in Iran, de pijn van ballingschap en de blijvende hoop op vrijheid en thuiskomst.