In ons deel van Israël gaat het ondanks alles nog z'n gangetje
In dit artikel:
Columnist Bert de Bruin, historicus en docent Engels in Haifa, beschrijft hoe het dagelijks leven in het noorden van Israël doorgaat ondanks dat sinds afgelopen weekend de oorlog met Iran is uitgebroken. Hij moest inmiddels ongeveer twintig keer de beveiligde kamer opzoeken vanwege raketaanvallen; tijdens het schrijven van zijn column ging het alarm zelfs twee keer af. Vorige week werd zijn schoonmoeder Rivka 86, maar het geplande verjaardagsdiner op zaterdag ging niet door omdat het hele gezin binnenbleef in de schuilruimte. Een eerder gepland familie-uitje naar Florida voor haar tachtigste verjaardag werd in 2020 afgeblazen door corona.
De Bruin schetst een leven van ingetogen gewoonte: hij gaf recent online les aan drie klassen, heeft door de coronaperiode genoeg lesmateriaal en gebruikt de routine van twee korte douches per dag als kleine verlichting. In het noorden merkt hij relatief weinig aanvallen vergeleken met het centrum (Jeruzalem, Tel Aviv en omgeving), waar burgers veel vaker ondergronds moeten schuilen in kelders, beveiligde kamers of openbare ruimtes.
Hij wijst op een hardnekkig probleem: sommige Israëliërs hebben thuis geen schuilmogelijkheid, iets dat hij verantwoordt als nalatigheid van opeenvolgende regeringen sinds 2009. Persoonlijk voelt hij en zijn gezin zich gelukkig nog relatief goed beschermd—ze wonen in hun eigen huis, hebben elektriciteit en water en kunnen boodschappen doen of laten bezorgen—wat volgens hem beter is dan de situatie van veel anderen, zoals families met dierbaren in Gaza, Libanon of Iran, of burgers in oorlogsgebieden zoals Oekraïne.
De Bruin signaleert ook een maatschappelijke vermoeidheid en onduidelijkheid over het doel van de oorlog. Waar na 7 oktober slogans over overwinning klonken, spreekt men nu minder over een definitieve triomf; op televisie zijn uiteenlopende leuzen te zien en soms een gevoel van verloren vertrouwen. Zijn column combineert persoonlijke observaties over de praktische gevolgen van de sirenes en schuilperiodes met kritiek op politieke voorbereiding en een reflectie op hoe de samenleving een staat van voortdurende dreiging normaliseert.