In Lemmer missen ze vooral Rinze Visser op de lijst en niet zozeer de communistische parij

woensdag, 18 maart 2026 (15:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In Lemmer konden inwoners woensdag voor het eerst in decennia niet meer op een communistische partij stemmen omdat Rinze Visser, het langstzittende gemeenteraadslid van Nederland en het gezicht van de NCPN in de regio, zich om gezondheidsredenen niet herkiesbaar stelde. Zijn vertrek laat een zichtbare leegte achter: veel kiezers kozen niet uit ideologische overwegingen maar vanwege persoonlijke binding met Visser en twijfelden waar hun stem nu het beste terechtkomt.

Op het vertrouwde “leugenbankje” bij de Oudesluis bespraken oud-stemmers hun opties. Sommigen, zoals Pieter Amels, lieten zich adviseren door voormalig partijgenoot Sake Barelds en stemden op Gerard ten Boom van de Burgerpartij De Fryske Marren; anderen gaven de voorkeur aan GroenLinks-PvdA. Visser had lokaal een ongebruikelijke aantrekkingskracht: hij kreeg stemmen van zowel traditionele linkse als rechtse kiezers, omdat veel mensen zijn praktische inzet voor de gemeenschap waarderen boven partijpolitiek. Rein Flapper, die nationaal op de VVD stemt, noemde Visser bijvoorbeeld een nuttige steunpilaar voor Lemmer.

Visser woonde sinds de jaren zestig in de wijk Lemstervaart, waar de NCPN de afgelopen jaren sterk stond. Zijn handelswijze leek op ombudswerk: naast gemeenteraadswerk schreef hij voor het partijblad Manifest en begeleidde hij tientallen bewoners met belastingaangiften en sociale vragen. Een Omrop Fryslân-documentaire uit 2007 portretteerde hem als iemand die gewone mensen direct hielp en hun zorgen de raad in bracht — beleid dichtbij de burger in praktijk gebracht.

De politieke geschiedenis van het communisme in Lemmer is complex. De oude landelijke CPN was al voor de Tweede Wereldoorlog actief in het voormalige Lemsterland; na binnenlandse interne strijd en fusies verdween de CPN in 1989 grotendeels richting GroenLinks. Hardliners richtten vervolgens nieuwe formaties op: het Verbond van Communisten in Nederland (VCN) in 1984 en later de Nieuwe Communistische Partij Nederland (NCPN) in 1992. Tot deze verkiezingen was De Fryske Marren met Lemmer de laatste gemeente waar de NCPN een zetel had.

Interne verzwakking door vergrijzing en gezondheidsproblemen bij kopstukken, gecombineerd met reputatieschade na de Russische invasie van Oekraïne in 2022, droegen bij aan de terugval. Sake Barelds verwees expliciet naar die periode als verklaring voor het verlies van draagvlak. Toch blijft de partij hoopvol: de Communistische Jongerenbeweging van Nederland is actief en er zou opvolging klaarliggen onder studenten die hun studie willen afronden; volgens Barelds keert de NCPN in 2030 terug in de raad.

Kortom: in Lemmer gaat het bij deze verkiezingen minder over partijlabels en meer over persoonlijk vertrouwen en lokale dienstverlening. Zonder Visser zoekt zijn achterban naar partijen of personen die dezelfde praktische, buurgerichte politiek kunnen voortzetten — een bewijs dat lokaal politiek kapitaal vaak persoonsgebonden is.