In het nieuwe jaar 1966 dreigden verschillende Friese polderdijken het te begeven

vrijdag, 2 januari 2026 (15:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Begin januari 1966 bracht het Friesch Dagblad verslag uit over ernstige wateroverlast in delen van Fryslân. Na weken van aanhoudende regen stonden op 2–3 januari meerdere polderdijken op springen: de waterstand lag opnieuw extreem hoog (eerder al 62 cm boven Fries zomerpeil), waardoor verzadigde, verzwakte dijken het risico liepen te bezwijken. Vooral boeren in de Trijegaster Veenpolder bij Sintjohannesga en Rohel waren met zandzakken in de weer om doorbraken te voorkomen. Het Tjeukemeer stond zo hoog dat bij een dijkdoorbraak zo’n 8.000 hectare laaggelegen polders bedreigd werden.

Provinciale Waterstaat uitte teleurstelling over het handelen van lokale waterschappen en boeren: die negeerden het advies om met uitmalen te wachten op gunstige windomstandigheden, waardoor het probleem volgens hoofdingenieur-directeur ir. H. Zandvoort langer kon aanhouden. Hoewel er in Provinciale Staten een motie was om een maalverbod in te stellen, had gedeputeerde H.M. Gerbrandij dat eerder ontraden omdat men verwachtte dat de situatie na veertien dagen voorbij zou zijn — inmiddels waren die weken verstreken en was de toestand eerder verslechterd, met name rond Leeuwarden waar kaden van het Vliet en de Lekkumerweg bij Snakkerburen onder water stonden.

Naast het waterrisico noteerde de krant ook de rustige, maar hier en daar rumoerige jaarwisseling: plaatselijk vernielingen door jeugd in Oudehaske, talrijke kerstboombranden in Leeuwarden, groots opgegriste vreugdevuren in Ried en veelvuldig gebruik van vuurwerk en zelfs brandende benzineflessen in Sneek en Burgum. In Heerenveen trad de politie op wanneer het te veel werd; echte excessen bleven overal uit.

Kortom: sterke regenval en verzadigde dijken veroorzaakten in het begin van 1966 acute zorg om overstromingen in Fryslân, gecombineerd met spanningen over waterbeheer en lokale incidenten rond de jaarwisseling.