In het enige Joods-Palestijnse dorp van Israël wordt elkaar begrijpen steeds moeilijker
In dit artikel:
Guus Valk keerde terug naar Wahat as‑Salam/Neve Shalom, het bijzondere Israëlische dorp waar Joodse en Palestijnse Israëli’s uit vrije wil naast elkaar wonen. Het dorp — op een heuvelrug tussen Jeruzalem en Tel Aviv, precies op de Groene Lijn — telt ruim driehonderd inwoners, ongeveer half Joods en half Palestijns (zowel islamitisch als christelijk). Het is opgericht door Bruno Hassar als een experiment in radicale gelijkheid: gelijke bevolkingsverdeling, gezamenlijke herdenkingen en tweetalig onderwijs in de School voor Vrede.
Wat de bezoeker nu aantreft is geen idyllische utopie, maar een gemeenschap die sinds 7 oktober 2023 diep door de oorlog is geschud. Die dag vielen Hamas‑strijders Israël binnen; daarbij vielen ruim 1200 doden en werden 251 mensen gegijzeld. Direct zichtbare effecten — toegangspoort die werd gesloten, een burgerwacht en angst voor aanvallen van extreemrechtse kolonisten — waren tijdelijk. De ingrijpendste gevolgen bleken intern: wantrouwen en emotionele afzondering tussen buren die elkaar juist altijd als tegenwicht wilden bieden.
Kleine, alledaagse aanwijzingen laten zien hoe de vertrouwensbanden zijn aangetast. De dorp‑app, aanvankelijk gevuld met berichten over honden, kapotte elektriciteit of kraaiende hanen, bleef stil op cruciale momenten. Een Palestijnse buurvrouw durfde niet te delen dat zij in één bombardement in Gaza meer dan veertig familieleden verloor; Joodse inwoners schreven zich in als reservist en vertelden dat soms niet aan hun Palestijnse buren. Neriya Mark, een Joodse inwoner: „Voor 7 oktober wist ik: we zijn verenigd. Nu weet ik niets meer zeker.” Daarmee raakt het morele fundament van het project aan stukken: openheid, gelijkheid en vertrouwen.
De pijn is complex en ongelijk verdeeld. Sommigen in het dorp rouwden om doden en gijzelaars aan Israëlische kant en voelden zich door eigen kring aangevallen vanwege hun woonkeuze. Anderen — zoals de Palestijnse arts Raed Haj Yehia — dragen het trauma van Gaza, waar hij collega’s en vrienden verloor en horrorbeelden zag die hij nauwelijks durft te delen in de gemeenschapskanalen. Publieke rouw is voor sommige Palestijnen zelfs gevaarlijk: families verbergen condoleances omdat de politie hen kan controleren. Dat maakt rouw en verdriet deels heimelijk en prive.
Politiek denken en identiteiten zijn naar voren gekomen binnen de gemeenschap. Waar zionisme eerder in veel links‑activistische kringen nauwelijks expliciet werd benoemd, durven sommige Joodse bewoners zich nu opener zionistisch te noemen; dat leidt tot wrijving. Binnen het dorp lopen meningen uiteen langs post‑koloniale lijnen: voor sommigen is Israël onherroepelijk een koloniaal project en zijn Joden per definitie kolonisten, voor anderen is die groepsessentialisering te simplistisch en reduceert het mensen tot rollen. Pogingen om als dorp gezamenlijk een manifest te formuleren dat het geweld in Gaza zou benoemen, mislukten: hoe het te noemen, hoeveel aandacht aan gijzelaars, wat te veroordelen — de gesprekken liepen stuk en er kwam geen tekst. Burgemeester Eldad Joffe, die in 2017 aantrad en wiens eerste werkdag een vooravond van 7 oktober was, zegt dat de belangrijkste taak nu is elkaar steunen in plaats van zich in het nationaal debat te mengen.
De praktische kanten van het samenleven blijven zichtbaar: er is geen synagoge, moskee of kerk, maar wel een interreligieus stiltehuis; de school is tweetalig met twee leerkrachten voor de groepen. Toch botst het dagelijks leven: honden, militaire dienst (Joodse jongeren dienen, Palestijnen meestal niet), en verschillen in culturele verwachtingen zorgen al lang voor spanningen. Bij het bereiken van volwassen leeftijd lopen levens bovendien nagenoeg uit elkaar: dienstplicht en mogelijke inzet in bezet gebied scheiden perspectieven en kansen, en er zijn geen gemengde huwelijken of blijvende relaties tussen Joods en Palestijnse inwoners.
Persoonlijke verhalen maken de breuk tastbaar. Samah Salaime, Palestijnse schrijfster en activiste, onderstreept dat het dorp nooit idyllisch was maar dat ongelijkheid en ongerechtigheid bespreekbaar moesten blijven; na 7 oktober voelde zij zich soms gezien als verdacht door Joodse dorpsgenoten. Haar vriendin Vivian Silver, een vredesactivist, werd vermoord in de aanvallen van die dag. De kaf en het koren van solidariteit werden zichtbaar: gele lintjes en steun aan de gijzelaars bereikten ook het dorp, maar tegelijkertijd veranderde het publieke debat in Israël zodanig dat het zwaartepunt voor links grotendeels is weggeslagen.
De reactie op die verbrokkeling is verschillend. Sommigen zoeken opnieuw naar politieke actie tegen de bezetting en naar luidere verzetstactieken; anderen kiezen voor kleinschalig, dagelijks activisme: samenblijven, gesprekken organiseren, gezamenlijke rouwcircuits opzetten en psychologische begeleiding inschakelen. Neriya en haar partner Ido Even Paz vertonen die verdeeldheid: Ido is opnieuw politiek actiever geworden tegen bezetting en ongelijkheid; Neriya zoekt veiligheid en stabiliteit voor haar jonge kinderen en benadrukt dat samenwonen op zich een vorm van verzet tegen een extreemrechtse regering kan zijn. Samah spreekt met trots over de „gekke” minderheid die blijft geloven dat samenleven mogelijk is en pleit ervoor zich luider te verzetten.
Wahat as‑Salam/Neve Shalom blijft een sociaal experiment dat voortdurend onder druk staat van wat buiten het dorp gebeurt. De bewoners merken dat hun dorp door de buitenwereld vaak wordt geromantiseerd — foto‑ops en visite van beroemdheden — terwijl hun dagelijkse praktijk juist deel is van het bredere conflict. De gemeenschap probeert nog altijd om conflicten persoonlijk te houden, in kringgesprekken en dorpsraden, maar de scheidslijnen zijn dieper geworden. Toch is er een gedeelde inzet te blijven: niet weggaan, praten, en zoeken naar manieren om samen te rouwen en te leven, ook al is dat nu pijnlijker en complexer dan ooit.