In Groningen komt Dania (24) even op adem, terwijl in Libanon de bombardementen doorgaan. 'Mijn land herrijst altijd weer uit de as'
In dit artikel:
Dania Hassanieh (24) uit Saida, Libanon, verblijft drie maanden in Groningen via het internationale Shelter City‑programma om op adem te komen en haar werk voor vrouwenrechten voort te zetten. Ze arriveerde nadat weken van luchtaanvallen en geannuleerde vluchten haar vertrek onzeker maakten; twee dagen vóór haar vertrek sloeg een bombardement dicht bij haar huis in. In Groningen zoekt ze rust langs het water bij de Suikerlaan, hervat ze tekenen en hardlopen, en bereidt ze zich inhoudelijk voor met trainingen en gastcolleges aan de Rijksuniversiteit Groningen. Begin juni keert ze terug naar Libanon.
Shelter City geeft mensenrechtenactivisten tijdelijke veiligheid, medische en psychologische hulp en de kans om hun netwerk uit te breiden. Groningen is één van 27 steden die dit aanbieden; de gemeente stelt vanaf 2026 jaarlijks 25.000 euro beschikbaar voor het programma. Hassanieh was één van ongeveer 12 geselecteerden uit circa 1.500 kandidaten.
Dania studeerde rechten en ontwikkelde zich tijdens studie en vrijwilligerswerk tot activiste en adviseur op het gebied van vrouwenrechten en gendergelijkheid. Op 20‑jarige leeftijd werd ze voorzitter van Girls Up Lebanon. Met organisaties als Female reisde ze van dorp tot dorp om voorlichting te geven over huiselijk geweld en juridische mogelijkheden. Haar belangrijkste rol beschrijft ze als luisteren en kennis delen: veel vrouwen weten niet welke rechten ze hebben of waar ze hulp kunnen vinden, en die informatie maakt volgens haar wezenlijk verschil.
De oorlogssituatie vergroot zulke ongelijkheden. Libanon heeft een politiek systeem dat sterk langs religieuze lijnen is georganiseerd; zaken als huwelijk, scheiding en erfenis vallen onder religieuze rechtbanken, waardoor rechten per gemeenschap verschillen en vrouwen vaak juridisch kwetsbaarder zijn. Door de huidige militaire campagne zijn honderdduizenden vrouwen en meisjes ontheemd, velen zonder stabiel inkomen of veilige huisvesting, waardoor risico’s op misbruik toenemen.
Het conflict escaleerde nadat Hezbollah op 2 maart raketten en drones op Israël afvuurde, waarna Israël zware bombardementen uitvoerde en delen van het zuiden binnenviel. Libanese autoriteiten meldden dagen met meer dan 180 doden en een totaal van meer dan 1.500 doden, onder wie ongeveer 130 kinderen; hulporganisaties spreken van ruim een miljoen ontheemden en waarschuwen voor parallellen met wat zij het ‘Gaza‑draaiboek’ noemen en voor mogelijke oorlogsmisdaden. Internationaal werd tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten een tijdelijke wapenstilstand afgesproken die niet automatisch geldt voor de gevechten in Libanon.
Dania ervaart de impact persoonlijk: bij de explosie nabij haar woning kwamen onder anderen meisjes om het leven die niets met gewapende groeperingen te maken hadden, zegt ze. Haar stad Saida ontvangt veel ontheemden omdat het relatief veiligere delen van Libanon biedt. Tegelijk blijft de dagelijkse onzekerheid zwaar: plannen maken is moeilijk, en zelfs basale hulpverlening kan gevaarlijk zijn.
In Groningen gebruikt Hassanieh haar verblijf doelgericht: naast rust en herstel volgt ze weerbaarheidstrainingen, wil ze grenzen leren stellen en haar mentale gezondheid beschermen. Ze zoekt samenwerking met Nederlandse vrouwenrechtenorganisaties en hoopt met nieuwe tools en verbindingen sterker terug te keren naar Libanon. Ze benoemt ook de praktische bedreigingen die activisten ondervinden: hackpogingen, haatreacties en het gebrek aan wettelijke bescherming voor hun werk.
Ondanks angst en regelmatige crisissen blijft Dania vasthouden aan hoop en veerkracht. Ze ziet zichzelf als een changemaker die kennis en ervaringen wil terugbrengen naar vrouwen en meisjes die minder kansen hebben gehad. Haar inzet is zowel humanitair als juridisch‑educatief: delen van informatie, juridisch advies en steun in kwetsbare gemeenschappen — ook onder risicovolle omstandigheden — blijven centraal in haar missie.