In een tuin in Tijnje smeekt een plant om mensenbloed: 'Hoe fier wolst gean foar súkses?'

dinsdag, 26 mei 2026 (15:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

In een particuliere tuin bij Ulesprong, net ten noorden van Tijnje, brengt Stifting Iepenloft De Tynje deze weken de horrormusical Little Shop of Horrors als openluchtvoorstelling. De komische, soms griezelige show beleefde kort geleden zijn première; de voorstellingen lopen op 27, 29 en 30 mei en 5 en 6 juni. Regisseur Theo Smedes uit Wergea, die het stuk al lange tijd wilde maken, koos bewust voor deze rauwe, donkere variant van de musical — “Der sit in swart rantsje oan. Dat fyn ik moai,” vertelt hij — juist omdat het verhaal net iets minder gepolijst is.

Het verhaal, bekend van de film uit 1960 en de populaire verfilming van 1986, draait om een kleine bloemenwinkel in de verloederde wijk Westwyk. De onopvallende medewerker Seymour (Gertjan Veenstra) en de onzeker verlegen Audrey (Mayte Marijt) werken onder de norse eigenaar Mr. Mushnik (Jacob Hettinga). Als Seymour een exotische vleesetende plant ontdekt en die Audrey II noemt, bloeit de zaak plots op — maar niet zonder prijs. De plant spreekt en zingt (onder meer het bekende “Feed me!”) en eist mensenbloed; Seymour wordt steeds verder meegesleept in morele compromissen om het succes te behouden en Audreys liefde te winnen. Tegelijkertijd vormt de sadistische, door lachgas verslaafde tandarts Orin (Jacob Seinstra) een gevaarlijke rivaal.

De voorstelling maakt veel werk van het decor en de techniek. Audrey II is geen gewoon popje maar een metalen frame, aangekleed als een reusachtige vliegval met scherpe tanden; de bek wordt mechanisch geopend en gesloten met een voetpedaal, bediend door Anco Odinga, terwijl de stem van de plant wordt verzorgd door Cuno Seinstra. De combinatie van liveband, decorwissels en samenzang levert volgens Smedes geregeld “cadeautjes” op: momenten waarop alles samenvalt en hij even toeschouwer wordt. Ook opvallend is een oude, zwaar uitgevoerde tandartsstoel — een Marktplaatsvondst uit de buurt van Harderwijk — die voor een griezelige scène zorgt.

De locatie zelf draagt sterk bij aan de beleving. Wat in april nog kale bomen waren, groeide uit tot een bloeiend amfitheater tussen seringgeur en vogelgezang, een passende achtergrond voor een musical die zich in een bloemenwinkel afspeelt. Smedes benadrukt de meerduidigheid van het stuk: het is niet alleen vermakelijk horrorvuurwerk, maar ook een moreel vraagstuk over hoe ver iemand bereid is te gaan voor succes en erkenning.

Little Shop of Horrors in Tijnje combineert theaterwerkelijkheid, ambachtelijk decor en muzikale kracht met een donker komisch hart, en nodigt het publiek uit om achteraf na te denken over de prijs die aan roem en voorspoed hangt. Kaarten en informatie via iepenloft.frl.