In een tijd van smartphones en tablets groeit de jeugdafdeling van LSC 1890 door: 'Een plek voor iedereen'

dinsdag, 21 april 2026 (18:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op een zonovergoten vrijdagmiddag op sportpark Leeuwarderweg in Sneek trapte LSC 1890 het feestjaar af ter gelegenheid van honderd jaar jeugdvoetbal. Commissaris van de Koning Arno Brok en wethouder sport Bauke Dam openden officieel het jubileum door een lint door te knippen terwijl zo’n 250 kinderen op de velden speelden. Een houten tijdcapsule met wensen voor toekomstige generaties werd in het bijzijn van spelers, familie en oud-leden verzegeld en mag pas over honderd jaar weer open.

De geschiedenis van de jeugdafdeling gaat terug naar 10 april 1926, toen LSC één van de eerste juniorenafdelingen in Noord-Nederland startte na een oproep in de krant door Sjoerd Zandstra en Jan Zwanenburg. Waar de club aanvankelijk begon met 41 jeugdleden, telt de jeugdafdeling nu ruim 500 jongens en meisjes. Die groei roept trots op bij betrokkenen: jeugdvoorzitter Renger Sijtsma staat op de historische tribune—het rijksmonument uit 1999—en benadrukt de maatschappelijke waarde van clubvoetbal. Volgens hem biedt LSC een antidotum tegen overmatig schermgebruik en bevordert het sociaal contact en beweging bij kinderen.

Binnen de vereniging wordt duidelijk onderscheid gemaakt tussen de organisatorische jeugdafdeling en de technische jeugdopleiding. Hoofd Jeugdopleiding Tom Brandsma, zelf opgegroeid bij LSC en recent teruggekeerd in die rol, legt uit dat de club streeft naar een mix van een warme, inclusieve cultuur en sportieve ontwikkeling op verschillende niveaus. Hoewel Brandsma trots is op de breedte van de opleiding, ziet hij ruimte voor verbetering in de kwaliteit: waar de selectieteams vroeger vaker op divisieniveau speelden, is die top minder sterk geworden en is er de ambitie die positie weer terug te winnen.

Bestuurders als voorzitter Gerrit Boorsma benadrukken de eigenzinnige identiteit van LSC. De club wil volgens hen niet mee in de trend van betaald voetbal op lokaal niveau; liever investeren ze in betere jeugdopleiding zodat prestaties en continuïteit via ontwikkeling behouden blijven. Praktische grenzen spelen mee: qua velden en speelschema’s zit de club dicht tegen de capaciteit aan—op zaterdagen worden wedstrijden soms pas laat afgesloten—en groei naar zo’n 550 jeugdleden lijkt het plafond.

De vrijwilligerscultuur en betrokkenheid van ouders, grootouders en oud-leden worden gezien als belangrijke pijlers. Sijtsma en anderen noemen LSC een plek die voelt als een “thuis”: een plek waar vroegere verenigingsvormen van samenkomst (zoals de kroeg) zijn vervangen door ontmoetingen rond koffie en een snack bij de kantine. Die sociale binding is volgens bestuursleden tegelijk de kracht en de basis voor eventuele sportieve ambities.

Kort: LSC 1890 in Sneek viert honderd jaar jeugdwerk met een feestelijke start, een blik op historisch belang en trots op de huidige ledenaantallen, terwijl de club tegelijk werkt aan het versterken van de kwaliteit van de opleiding binnen de praktische grenzen van faciliteiten en met behoud van de vertrouwde, vrijwilligersgedragen sfeer.