In een onrustige wereld wordt de circulaire economie in rap tempo volwassen: 'Nog steeds zijn we veel te afhankelijk van de rest van de wereld'

zaterdag, 21 maart 2026 (13:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Het idealisme rond de circulaire economie heeft plaatsgemaakt voor dringende realiteit: omschakeling is noodzakelijk voor klimaat, concurrentiekracht en strategische autonomie. Dat bleek donderdag in Utrecht, waar in de Werkspoorkathedraal in korte tijd een groot congres werd georganiseerd nadat het ministerie het nationale evenement vorig jaar wegens bezuinigingen liet vallen. Wat in Leeuwarden vorig jaar de hoogmis en zwanenzang leek, kreeg nu een doorstart dankzij initiatief van de beweging zelf en bijdragen van regionale spelers zoals Circulair Friesland en Circulair Groningen Drenthe — met als opvallende aanwezigen minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei) en koningin Máxima.

De aanwezigheid van Máxima was niet nieuw: ze volgt circulaire koplopers al langer en bezocht eerder projecten in Friesland en biobased bouwinitiatieven. Op het congres liet zij zich ook bijpraten over de circulaire ambities van de NS. Tegenover die betrokkenheid stond vorig jaar nog de ambivalente houding uit Den Haag; staatssecretaris Chris Janssen (PVV) gaf destijds weinig blijk van prioriteit, terwijl lokale bestuurders en Europese politici zoals Sybrand Buma en Wopke Hoekstra nadruk legden op het belang van autonomie.

Belangrijk politiek verschil dit jaar is dat de circulaire agenda is verhuisd van een staatssecretaris bij Infrastructuur naar een minister bij het nieuwe ministerie van Klimaat en Groene Groei, wat de zaak hoger op de nationale agenda plaatst. Van Veldhoven noemde de transitie “een heel belangrijke opdracht” en legde de nadruk op kritieke grondstoffen: afhankelijkheid van onder meer China en stijgende wereldvraag maken hergebruik en het slimmer benutten van bestaande materialen essentieel om economische schade en prijsstijgingen te beperken.

Sprekers waarschuwden dat het nu vooral aankomt op uitvoering: beleid en bedrijven moeten minder praten over richting en meer over de concrete route en ketenalternatieven. Allard Castelein benadrukte het inzicht in aanvoerketens, terwijl Van Veldhoven realistisch bleef over obstakels — “verwacht geen wonderen” — en pleitte om de ontwikkeling van circulaire systemen sneller en soepeler te maken. Uiteindelijk moet circulariteit geen beleidsproject blijven, maar onderdeel van de dagelijkse economie.