In een eeuwenoud bos zijn niet alle bomen heel erg oud
In dit artikel:
In Fryslân zijn nog 35 bossen te vinden die al rond 1700 bestonden, blijkt uit onderzoek van bioloog Piet Bremer dat donderdag in het oude Stuttebosch bij Oldeberkoop is gepresenteerd. Bremer vergeleek de huidige boskaart met de historische kaart van Bernard Schotanus (circa 1700). Zestien bossen staan expliciet op die kaart; Bremer vond daar bovenop nog negentien percelen die even oud blijken maar destijds niet of verkeerd vermeld waren.
Stuttebosch zelf (circa 160 hectare inclusief omliggende blauwgrasweilanden) fungeerde als voorbeeldlocatie. Daar zijn bijzondere elzenstoven aanwezig: uitgegroeide elzenboeketten waarvan sommige stammen driehonderd jaar of ouder zijn. Zulke elzenbroekbossen zijn echter schaars geworden. Veel zijn ooit omgezet in hooiland toen na de ontdekking van een gasbel houtproductie minder belangrijk werd, en door diepe ontwatering zijn veel van deze oorspronkelijk natte bossen flink uitgedroogd. Zonder actief beheer slaan elzenstoven om; volgens Bremer zouden ze om de tien jaar rigoureus moeten worden afgezet (om te hergroeien), en idealiter verdient elke stoof een eigen beheerplan. Financiering is een knelpunt: Staatsbosbeheer krijgt via een subsidieregeling slechts circa €55 per hectare voor beheer, terwijl rendabel bosbeheer grofweg €100 per hectare per jaar aan houtoogst zou vereisen — in deze oude, ecologisch waardevolle bossen niet haalbaar.
De studie benadrukt dat het niet om oerbos gaat maar om eeuwenlang aangeplante, halfnatuurlijke bosjes die onderdeel zijn van het cultuurlandschap. Voorbeelden zijn kooibossen rond historische eendenkooien (zoals Casteleinskoai, vermeld in 1614), stinzenbossen (bijv. Liauckemastate, al in 1616 genoemd) en landgoedbossen (Van Coehoornbos, Lyclamabos). Eigendom wisselt: Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, gemeenten en particulieren beheren de overgebleven stukken; juist particulier en lokaal eigenaarschap heeft vaak bijgedragen aan behoud. Twee eigenaren die bij de presentatie aanwezig waren zijn Hylke Brandsma (Maaibos bij Katlijk), die het beheer overdraagt aan buurtbewoners, en Hans Burie (Grutterijbosch, Nijeholtpade) die vijftig jaar geleden het bos van de kerk kocht om kap te voorkomen.
Tijdens de rondgang wees Bremer ook op sporen van oudere landschappelijke functies: de Bekhofschans (een Tachtigjarige Oorlog-schans), houtwallen die bij ruilverkaveling gespaard zijn en bomen die al langs oude zandwegen stonden voordat laanaanplant in Nederland algemeen werd. Qua flora signaleert Bremer dat veel typische natte understory-planten verdwenen zijn; in hun plaats komt droogteminnende struikgroei en soorten die profiteren van extra stikstof (braam, brede stekelvaren). Dat illustreert dat deze bossen niet vanzelf in ecologisch goede staat blijven en actief beleid en beheer nodig hebben.
Gedeputeerde Matthijs de Vries nam het rapport in ontvangst en kondigde aan dat de bevindingen worden meegenomen in de Friese Bomen- en Bossenstrategie. Bremer ziet dat als essentieel: zonder beleidsmatige opvolging en meer gerichte financiering dreigen kenmerken van deze eeuwenoude bossen verder te vervagen.
De Oranjezomer: Thomas van Groningen blikt terug op kritiek: 'Daar lag ik wel wakker van'