In een eeuw tijd: drie keer pats-boem in de kerken, het verdriet van landelijke en lokale kerkscheuringen

zaterdag, 25 april 2026 (19:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

In deze bijdrage wijst Maurice C.J. Wielenga op een eeuw van herhaalde breuken binnen gereformeerde kerken, met Groningen als terugkerend brandpunt. Hij benoemt drie grote conflicten.

- 1926 (Synode van Assen): de zaak-Geelkerken ontstond toen dr. Jan Geelkerken zich verzette tegen de synodale uitspraak dat in Genesis 3 de slang gesproken had; Geelkerken werd geschorst.
- 1944 (de Vrijmaking): onder leiding van prof. dr. Klaas Schilder escaleerden meningsverschillen over de betekenis van de doop en de vraag of gedoopte kinderen wedergeboren zijn. In augustus 1944 leidde dit tot een grootscheepse scheuring (na 11 augustus apart verder gaan). In Groningen speelde ds. Douwe van Dijk een beroemde rol door de kansel van de Noorderkerk vóór de eredienst in te nemen om voorgangers van de synodale kerk te verhinderen.
- 2026 (Groningen): opnieuw splijt de stad zich, nu binnen de Christelijke Gereformeerde Kerk over vrouwelijke ambtsdragers en de vraag of homoseksuele stellen mogen meedoen aan het Heilig Avondmaal. Op 26 april worden in de Jeruzalemkerk aparte diensten gehouden.

Wielenga betreurt dat binnen honderd jaar drie uiteenlopende brandhaarden tot scheuringen hebben geleid en signaleert een patroon: theologische twistpunten leiden snel tot onherstelbare breuken. Hij roept op tot navolging van het vroege kerkelijke voorbeeld van eensgezindheid, gezamenlijke maaltijd en lofprijzing, en dringt er op aan dat christelijk-gereformeerde gemeenten hun verdeeldheid staken en in liefde en eenheid samen optrekken.

Kort gezegd: de auteur legt een historische lijn van kerkelijke onenigheid bloot en waarschuwt dat theologische conflicten — of het nu over Bijbelse interpretatie, doopleer of morele praktijken gaat — gemakkelijk ontvlammen maar moeilijk te blussen zijn, en pleit voor verzoening en gemeenschappelijk handelen.