In een appel zitten twee klontjes suiker, in een banaan bijna vier: moeten we opletten dat we niet té veel fruit eten?

woensdag, 23 april 2025 (10:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Fruit bevat vanzelfsprekend suikers, soms in hoeveelheden die overeenkomen met meerdere suikerklontjes per stuk, zoals een banaan met bijna vier suikerklontjes. Dit roept de vraag op of men niet te veel fruit en daarmee te veel suiker binnenkrijgt. Diëtist Michaël Sels benadrukt echter dat overmatige consumptie van fruit zelden voorkomt en dat de meeste mensen juist te weinig fruit eten. Het Vlaams Instituut Gezond Leven adviseert daarom dagelijks minstens 250 gram fruit, ongeveer twee porties, zonder daarbij angst te creëren voor de natuurlijke suikers die erin zitten.

Hoewel suiker chemisch gezien in fruit identiek is aan die in snoep, maakt de voedingscontext het verschil: fruit levert vezels, vitaminen en mineralen die samen de opname vertragen en zorgen voor een stabielere bloedsuikerspiegel. Hierdoor is fruit wetenschappelijk bewezen beschermend tegen aandoeningen als hart- en vaatziekten en diabetes type 2, in tegenstelling tot snoep. Daarom staat fruit dan ook in de donkergroene zone van de voedingsdriehoek, de categorie met positieve gezondheidseffecten.

Niet alle vormen van fruit zijn echter gelijk. Het is het beste om te kiezen voor onbewerkt vers fruit of minimaal bewerkte varianten zoals voorgesneden of diepgevroren fruit. Gedroogd of gevriesdroogd fruit is minder gunstig vanwege het verlies van voedingsstoffen door bewerking. Ook bij vruchtensappen en jam is voorzichtigheid geboden: sappen bevatten geconcentreerde suikers zonder vezels en zorgen sneller voor een suikerpiek, terwijl jam vaak extra suiker bevat. In tegenstelling tot sap zorgt het eten van fruit wel voor verzadiging, waardoor er minder kans is op overconsumptie.

Kortom, het eten van voldoende vers fruit draagt bij aan een gezonde voeding en het voorkomen van chronische ziekten, zonder dat men zich zorgen hoeft te maken over de natuurlijke suikers zolang het totaalbeeld van de voeding in balans is.