In de mkz-crisis waren de kinderen in één klap volwassen
In dit artikel:
In april 2001 viel mond- en klauwzeer (mkz) in Fryslân toe: twee besmette bedrijven in Ie en Eanjum maakten dat de autoriteiten een ruimingsoperatie startten die ook het melkvee- en schapenbedrijf van de familie Swart in Moarre trof. Hoewel het erf volgens de tweekilometerradius net buiten de cirkels lag, maakte de Rijksdienst voor Keuring van Vee en Vlees er een ovaal van, waarmee het bedrijf alsnog in de ruimingszone kwam. Het gevolg was ingrijpend: 77 volwassen schapen, ongeveer 100 lammeren en in totaal 61 runderen moesten worden geruimd. Het gebeurde middenin de lammertijd; lammetjes werden ’s ochtends geboren en waren ’s middags al verdwenen.
De familie beschrijft de dag als abrupt en stil. Het routinegeluid van de stal viel weg en de emotionele impact is bij de betrokkenen, zoals dochter Hendrica (toen 11), nog steeds voelbaar. Hendrica en haar broertje bleven op de boerderij; jonge kinderen uit het gezin werden elders ondergebracht. De feitelijke ruiming werd afgeschermd voor de rest van de familie, maar zij herinneren zich hoe dieren werden verdoofd en in containers afgevoerd. Leerlingen van Hendrica’s school maakten troostgedichtjes (zogenoemde ‘elfjes’) die via de controlepost werden bezorgd; de familie bewaart die attenties nog steeds.
Er kwam veel praktische en morele steun uit de omgeving: buren, boerenorganisaties, veeartsen en wildvreemden organiseerden inzamelingen, brachten eten of stuurden kaarten, er werden diensten gehouden en zelfs geld gedoneerd. Tegelijkertijd groeide bij de familie een gevoel van onrecht en wantrouwen richting instanties en politiek. Ze vragen zich af waarom preventief ingeënt vee toch moest sterven enkel omdat export van vlees en zuivel niet meer mogelijk was, en uiten kritiek op het Europese non-vaccinatiebeleid dat destijds gold. Ook stoorde hen dat er wél vlees werd geïmporteerd uit landen waar mkz voorkwam. Administratieve fouten of onduidelijkheden verergerden de pijn: Sake Swart kreeg aanvankelijk een strafkorting van 35 procent op de taxatie omdat twee kalfjes nergens op de stallijst stonden; die korting werd uiteindelijk deels teruggedraaid, maar pas anderhalf jaar later en na gedoe.
De crisis had ook praktische gevolgen voor bedrijfsvoering. Sake besloot te stoppen met melkvee en schakelde om naar jongvee- en schapenhouderij, en werkte tijdelijk als inlener bij een melkerijorganisatie. Na enkele jaren kon hij het bedrijf weer opbouwen en uiteindelijk verkopen; inmiddels staat er een nieuw, modern melkveebedrijf op het erf. Toch blijft de emotionele en politieke nasleep merkbaar: verlies van vertrouwen in de politiek en de instanties, herinneringen aan hoe de kinderen plots volwassen moesten worden en het gevoel dat boeren als speelbal werden behandeld.
Dit verhaal van de familie Swart vormt één van de persoonlijke terugblikken in een reeks van het Friesch Dagblad over de mkz-crisis van 2001, waarin zowel menselijke verhalen als kritiek op het beleid en de afhandeling van die periode opnieuw onder de aandacht worden gebracht.