'Ik zou willen dat euthanasie ook in dit land mogelijk was', zei de Brit | Column Niels Posthumus
In dit artikel:
In Manchester ontmoet de Nederlandse correspondent Niels Posthumus een Brits echtpaar aan de bar, kort nadat hij drie vrienden had verteld over de euthanasie van zijn vader, twee weken eerder in Nederland. Zijn vader was lichamelijk sterk beperkt geraakt maar niet terminaal; hij koos toch bewust voor euthanasie en plande zijn afscheid zorgvuldig. Posthumus beschrijft hoe hij de laatste ochtend naast hem in bed lag, zijn hand vasthield terwijl de radio speelde, en hoe familie, goede vrienden en de huisarts in die laatste uren rondom hem waren. Voor zijn vader waren de afscheidsweken, hoe emotioneel ook, de mooiste van zijn leven; hij ervoer het sterven als een bevrijding.
De Britse vrienden reageerden aanvankelijk ongemakkelijk: in het Verenigd Koninkrijk is euthanasie taboe en nog lang niet algemeen toegestaan. Terwijl Posthumus de Nederlandse procedures toelichtte — met strikte criteria en toetsing door onafhankelijke artsen (SCEN-arts) wanneer iemand niet terminaal is — onderbrak een man aan de bar het gesprek. Hij had het verhaal gehoord en zei dat het hem diep raakte omdat zijn eigen vader aan Alzheimer lijdt. In Engeland is moord op verzoek nog grotendeels verboden; er ligt wel een wetsvoorstel in het Hogerhuis waarvan het Kamerdebat recentelijk een eerste stap zette, maar dat zou euthanasie alleen onder strenge voorwaarden mogelijk maken, zoals een termijn van maximaal zes maanden te leven.
De opmerking van de Brit bracht Posthumus aan het huilen; zijn tranen werden getroost door de vrouw van de man. De ontmoeting toont niet alleen het persoonlijke verdriet en de opluchting rond een zorgvuldig gekozen dood, maar ook hoe nationale verschillen in wetgeving en cultuur impact hebben op hoe mensen met het einde van het leven omgaan en wat zij anderen kunnen bieden.