'Ik werd stijf in de kont. De maandagziekte, schoot door mijn kop' | column
In dit artikel:
De medailles lijken regionaal te schuiven: Fryslân Boppe, maar ook Groningen mag zich met recht concentratieplaats van wintersporttalent noemen. Suzanne Schulting, recent goudwinnares, staat weliswaar als Friezin geclaimd door liefhebbers, maar is in Groningen geboren en opgegroeid in Hoogezand; haar vader Jan was toen trainer bij BV Veendam. Naast haar dragen ook andere Groningse namen – Marianne uit Sappemeer, Renate uit Musselkanaal, Jenning en Gerard uit de stad en Jan uit Stedum – zichtbaar bij aan de Nederlandse prijzenkast.
De auteur zoekt aansluiting tussen bankzitters en topatleten door alledaagse, menselijke raakpunten te vinden. Historische anekdotes illustreren dat: schaatsheld Piet Kleine hield van het eenvoudige leven als postbode; Jan Pesman, Bronswinnaar op de 5000 meter in Squaw Valley (8.05,01), bleef boer en waardeerde juist die bronzen plak boven andere prijzen. Pesmans derde plaats in 1960 leek een voorspel voor goud op de dubbele afstand, maar hij verprutste die kans door plotselinge stijfheid na te veel rust — een vergelijking die hij zelf maakte met paarden die na een rustige dag vastlopen.
De conclusie is licht ironisch maar herkenbaar: succes is bewonderenswaardig maar tegelijk menselijk en kwetsbaar. Die menselijke trekjes — werklust, gewoonte, fysieke ongemakken — brengen de prestaties dichterbij voor de toeschouwer met een bakje borrelnootjes op de bank.