Ik ben analfabeet in mijn eigen taal: het Fries | opinie
In dit artikel:
Provinciale Staten hebben besloten dat vanaf 1 augustus alle leerlingen actief Fries moeten leren gebruiken en zich moeten ontwikkelen als bewuste deelnemers aan de Friese cultuur. Hendrik Atze van Doezum, geschiedenisdocent aan het Lauwers College in Buitenpost, juicht het doel toe — zelf noemt hij zich bijna analfabeet in het Fries — maar waarschuwt dat de uitvoering cruciaal is. Scholen kampen met beperkte lestijd, geldstromen, docententekorten, tijdsdruk en stapels nieuwe taken; zonder slimme aanpak dreigt het Fries ten koste te gaan van vakken als geschiedenis, aardrijkskunde of biologie.
Van Doezum pleit niet voor nog een los uur Fries op het rooster, maar voor inhoudelijke verweving van taal, cultuur en andere vakken. Door het Fries te integreren in bestaande lesstof kunnen leerlingen taalvaardigheid ontwikkelen zonder wereldkennis te verliezen. Praktische voorbeelden die hij noemt: de Waddenzee en Friese natuur behandelen binnen aardrijkskunde; de geschiedenis van Bonifatius tot de Tweede Wereldoorlog bij geschiedenis; rekenen gebruiken om uit te rekenen hoeveel vorstnachten nodig zijn voor een Elfstedentocht; scheikunde laten kijken naar de samenstelling van sûkerbôle; en bij gym traditionele sporten als kaatsen in plaats van trefbal introduceren. Lokale anekdotes — zoals de parkeergarage op het Zaailand die ooit als atoomschuilkelder bedoeld was — maken abstracte hoofdstukken concreet en dichtbij.
De kernboodschap is dat tijd op school schaars is en alles wat erbij komt moet “landen” bij leerlingen. Door vakken slimmer te verbinden kan Fries geen lastpost zijn maar juist een voorsprong opleveren: onderwijs dat geworteld is in de eigen omgeving vergroot betrokkenheid en begrip. De auteur sluit hoopvol: als dit goed gebeurt, zou toekomstige generatie-friezen moeiteloos kunnen schrijven in het Fries — mogelijk zelfs de volgende opiniemaker die probleemloos in die taal publiceert.