Houd weidegang in de been. Want koeloze weilanden, laat ons dat niet gebeuren | LC commentaar
In dit artikel:
De weidegang van Nederlandse melkkoeien staat onder toenemende druk: het aandeel bedrijven dat zijn koeien minstens zes uur per dag gedurende 120 dagen laat grazen daalde vorig jaar naar 71,6 procent, ver onder de 81,2 procent die in 2012 in het Convenant Weidegang werd afgesproken door zuivelsector, supermarkten en maatschappelijke organisaties. Daarbij gaat het om het aandeel bedrijven; het aandeel daadwerkelijk grazende koeien ligt nog lager omdat vooral grote bedrijven hun dieren jaarrond op stal houden.
Twee ontwikkelingen verklaren de terugloop. De uitzonderlijk hoge melkprijzen in 2024 en 2025 stelden veel boeren in staat te investeren in melkrobots, die arbeid besparen maar lastig te combineren zijn met weidegang. Belangrijker nog is het wegvallen van de EU-derogatie, waardoor boeren niet meer extra mest mogen uitrijden op grasland — een maatregel van Brussel om de waterkwaliteit te verbeteren. Veel veehouders kiezen in reactie voor het afzetten van mest en aankoop van kunstmest; dat maakt intensieve benutting van drijfmest rendabeler en weidegang minder aantrekkelijk, omdat grazende koeien lokaal veel mest en urine achterlaten.
Partners van het convenant zoeken sinds eind vorig jaar naar maatregelen om de weidekoe te behouden — een icoon voor landschap, imago en maatschappelijk draagvlak. Belemmeringen zijn ook milieu- en dierenwelzijnseffecten: koeien op stal leiden tot hogere ammoniak- en methaanemissies en drukken biodiversiteit en weidevogels. Mogelijke oplossingen zijn hogere weidegangpremies of een gerichte vorm van derogatie voor houders die blijven laten grazen.