Horecaman Harm (77) uit Tijnje hield van mensen om hem heen en gezelligheid
In dit artikel:
Harm Overwijk (77) — bekend van café-restaurant Overwijk en een graag geziene dorpsfiguur in Tijnje — is op 20 februari in het ziekenhuis overleden. Eerder overleefde hij in november een hartstilstand nadat zijn vrouw Thea hem reanimeerde, maar zijn gezondheid bleef kwetsbaar. Afgelopen zaterdag, 28 februari, wapperde de vlag halfstok en stroomden buurtgenoten in groten getale naar zijn huis aan de Master Roordawei om Thea, dochters Corien en Marita en de familie hun medeleven te betuigen; vandaag nam het dorp afscheid van een van de grondleggers van het etablissement dat Tijnje in de jaren ’70 bekend maakte.
Overwijk groeide op in een ondernemend gezin met een kruidenierswinkel en een klein café. Na het overlijden van zijn vader toen Harm elf was, hield het gezin samen de zaak draaiende. In de jaren zeventig maakten Harm en zijn familie café Overwijk groot: busgroepen, feesten, bruiloften en herkenbare dorpsgezichten maakten het etablissement tot een trefpunt. Harm trouwde op 14 februari 1975 met Thea; na twee vroege verliezen vonden ze later geluk met twee dochters. In 1977 verkochten Harm en zijn broer de zaak en probeerden ze een restaurant in Drachten; na enkele jaren trok Harm verder als vertegenwoordiger voor horecagroothandels en bleef hij tot zijn pensioen (2010) actief als accountmanager voor grote keukens in zorginstellingen.
Naast zijn werk was Harm een betrokken dorpsman: actief bij voetbalvereniging VV Tijnje (vroeger scorend lid), tennisliefhebber, vrijwilliger bij het skûtsjesilen (IFKS), betrokken bij toneel, medebouwer van zwembad en mfa, en medeoprichter van het Tynster Manljuskoar. Hij stond bekend als levensgenieter en gangmaker — zelfs uitgeroepen tot ‘Prins Harm den Eerste’ tijdens het carnaval — en genoot van het gezelschap rondom hem.
Het motto ‘mei-inoar’ (samen) dat de familie boven zijn rouwkaart plaatste, vat zijn leven en nalatenschap samen: een man die altijd samen met anderen werkte en het dorpsleven mee vormgaf. De familie zegt zich vast te houden aan zijn nuchtere instelling en wil het leven blijven vieren zoals Harm dat graag deed, maar erkent tegelijk het grote gemis nu dat ’mei-inoar’ nooit meer helemaal compleet is.