Hooggerechtshof vindt heffingen Trump onwettig. Besluit is zegen voor democratie VS | LC commentaar
In dit artikel:
De Rundfunk-sketch met Pierre Bokma — een leraar die leerlingen wisselend onvoldoendes geeft — fungeert in dit commentaar als metafoor voor het handelsbeleid van Donald Trump: onvoorspelbaar, punitief en bedoeld om afhankelijkheid van buitenlandse goederen tegen te gaan. In april vorig jaar kondigde Trump vanuit de tuin van het Witte Huis brede, zogenaamd ‘wederkerige’ importheffingen aan, gericht vooral op Aziatische landen zoals China. Die maatregel leidde tot een grillig beleid: tarieven werden opgelegd, opgehoogd, gepauzeerd of opnieuw gedreigd te worden verhoogd, waardoor buitenlandse regeringen en bedrijven in onzekerheid verkeerden.
In mei concludeerde het Amerikaanse Hof van Internationale Handel al dat de president zijn bevoegdheden te buiten ging en dat veel van die heffingen onwettig waren. Trump ging in beroep, maar het Hooggerechtshof — ondanks een meerderheid van conservatieve rechters die door hem zijn benoemd — bevestigde recent dat ingrijpende tariefmaatregelen toestemming van het Congres behoeven. Senatoren en afgevaardigden zouden de tijd moeten krijgen voor onderzoek en inspraak voordat zulke ingrepen plaatsvinden.
De uitspraak brengt niet alleen meer rust in de internationale handel; ze versterkt ook de scheiding der machten en de democratische controle in de VS. Dat voorkomt dat een president met een enkele handeling bedrijven kan benadelen of bevoordelen en vermindert ruimte voor willekeur en vriendjespolitiek. Trump reageerde fel en introduceerde later globale tarieven van maximaal ongeveer 15 procent, maar erkende uiteindelijk de uitspraak van het Hooggerechtshof. Daarmee blijft, ondanks zorgen over autoritaire neigingen, de rechtsstaat in de Verenigde Staten nog intact.