Hoog en laag, stad en regio, basis- en nieuwe vaardigheden: legio problemen in het onderwijs

vrijdag, 17 april 2026 (14:00) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

De Onderwijsinspectie stelde in het meest recente rapport Staat van het Onderwijs opnieuw dat er sterke regionale ongelijkheid bestaat in onderwijskansen. Tegelijk wijzen internationale vergelijkingen van de OESO uit dat Nederlandse kinderen achterblijven met rekenen en taal, en dat het verschil met andere landen groeit. Als reactie werkt het kabinet voor de zomervakantie aan een herstelplan voor de kwaliteit van het basisonderwijs.

Aan het probleem liggen meerdere oorzaken ten grondslag: een tekort aan leerkrachten en schoolleiders, hoge werkdruk door vooral administratieve taken, ongunstige arbeidsvoorwaarden en een wisselende, soms contraproductieve rol van ouders. Ouders bemoeien zich vaak intensief met schoolzaken, maar niet altijd op een manier die het onderwijs of het kind vooruithelpt; meer constructieve betrokkenheid — belangstelling tonen voor de schooldag, respect voor leerkrachten en het stimuleren van talenten — zou volgens de redactie helpen.

Ook sociale en culturele factoren spelen mee. Het onderscheid tussen ‘theoretisch’ en ‘praktisch’ onderwijs blijft gevoelig, deels omdat beloning en status vaak samenhangen met de duur en aard van opleidingen. Volgens onderwijsadviseur Marcel Klazen worden schooladviezen na landelijke toetsen in de Randstad vaker bijgesteld dan in Noord- en Oost-Nederland, wat wijst op uiteenlopende verwachtingen tussen regio’s.

In september verschijnt het volgende PISA-onderzoek van de OESO (met focus op natuurwetenschappen), maar altijd met aandacht voor basisvaardigheden. De opkomst van internet en kunstmatige intelligentie roept de vraag op welke vaardigheden voortaan tot die basis moeten behoren; OESO-experts pleiten naast lezen en rekenen voor meer aandacht voor sociaal-emotionele vaardigheden en ‘leren leren’. De complexiteit van deze problemen betekent dat verbetering geen snelle ingreep zal zijn.