Hoe Wieteke Cramer zich als 19-jarige brutaal tussen de Europese schaatstop reed

dinsdag, 16 december 2025 (20:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op 30 december 2000 stond de 19‑jarige Wieteke Cramer uit Lemmer onverwacht in de schijnwerpers: met een vierde plaats op het NK allround verdiende ze een ticket voor het EK in Baselga di Piné en werd ze binnen korte tijd gezien als hét opkomende schaatstalent van Nederland. Haar sterke optreden op de langere afstanden en haar open, kwieke persoonlijkheid — energiek, brutaal en niet verlegen — zette haar in één klap op de kaart, met vergelijkingen naar de jonge Tonny de Jong.

Cramer groeide op in een sportief gezin (haar vader is actief binnen de SKS) en werd van skeelers overgeheveld naar het langebaanschaatsen door trainer Sijtje van der Lende. Als jeugdrenaise deelden zij en Helen van Goozen de prijzen en coaches noemden haar een groeibriljant: veelzijdig en leergierig, een echte allrounder die op alle afstanden kon meekomen, maar nergens veruit de beste was — een eigenschap die in een tijd van toenemende specialisatie een beperking bleek.

Haar doorbraakjaar leidde in januari 2001 tot een verrassend podium op het EK allround: derde achter wereldtoppers Gunda Niemann en Claudia Pechstein. Toch kreeg Cramer al snel te maken met de keerzijde van topsport. In de seniorenploeg onder trainer Ingrid Paul raakte ze richting de Olympische Spelen van Salt Lake City in 2002 overtraind; plichtsbetoon aan het programma en een te zware aanpak leidden tot uitputting en uiteindelijk het mislopen van de Spelen. Dat had een grote mentale impact. Van der Lende bleef een belangrijke steun en haalde haar vaker uit moeilijke periodes.

In een kleinere, meer persoonlijke ploegomgeving herwon Cramer deels haar vorm: in 2004 pakte ze brons bij het WK allround (achter Renate Groenewold en Pechstein) en in 2006 werd ze Nederlands allroundkampioene. Toch viel ze opnieuw net buiten selectie voor de Olympische ploeg, wat haar nog altijd spijt geeft — vooral omdat ze zich nuttig dacht te kunnen maken in de ploegenachtervolging. Terugkijkend noemt ze zichzelf fysiek een topsporter, maar merkt ze dat het mentale aspect en een bepaalde hardheid of egoïsme ontbraken om structureel de absolute top vast te houden.

Cramers carrière kende daardoor pieken en dalen: jaren van groot plezier en succes afgewisseld met periodes van strijd en teleurstelling. Het NK van 2000 en het daaropvolgende EK beschouwt ze nog altijd als de gelukkigste momenten in haar rijdersloopbaan.

Nu, ruim twintig jaar later, woont de 44‑jarige Cramer met haar man Martijn en drie zoons in Lemmer. Ze runt samen met haar zus een bootcamponderneming, is assistent‑trainer bij schaatsgewest Friesland (B‑junioren), werkt voor het Instroom Talent Centrum en is medewerker in een watersportwinkel. Haar verhaal illustreert hoe talent en veelzijdigheid grote kansen kunnen openen, maar dat het karakter van de omgeving, de aanpak van trainers en mentale weerbaarheid net zo beslissend zijn voor het al dan niet bereiken van de absolute top.