Hoe Vera (24) en Silke (22) zich naar de top van de marathonsport werken
In dit artikel:
Vera de Vries (22) en Silke van der Meijden staan zondag elk aan de start van hun tweede marathon: De Vries bij het Nederlands kampioenschap in Rotterdam, Van der Meijden in Enschede. De Vries maakte anderhalf jaar geleden een opvallend debuut in Amsterdam: 2.39,33 en daarmee het Nederlands record bij de neo-senioren en de snelste jonge Nederlandse prestatie. Van der Meijden brak in december op de Wintermarathon in Leeuwarden als eerste vrouw door de finish in 2.50,56.
Beide loopsters zijn jong en hebben één marathon achter de rug, maar hun weg naar de 42,195 km verschilt sterk. De Vries liep al vanaf jonge leeftijd en werkte op Papendal onder Honoré Hoedt aan een professionele carrière. De combinatie topsport en studie bleek zwaar; ze stopte met haar opleiding, verliet de omgeving van Oosterbeek en bouwde in Sneek zelfstandig haar voorbereiding op. Na een tweede operatie aan een cyste in haar rechtervoet moest ze opnieuw revalideren, maar ze besteedt veel zorg aan voorbereiding en logistiek: van atletenhotel tot schoenregistratie en dopingschema’s staat alles op papier. Haar ambitie is concreet: een PR en een scherpe tijd (onder de 2.38 zou ze dolgelukkig zijn; boven 2.40 teleurstellend). Tegelijkertijd heeft ze haar doelen bijgesteld — de Olympische Spelen staan niet langer centraal — en heeft ze al veel sociale offers gebracht om ziekte en risico’s te beperken.
Van der Meijden ontdekte het hardlopen pas anderhalf jaar geleden na een fietsongeluk dat haar tot wandelen dwong. Ze bleek snel aan lange afstanden verknocht: ze noemt zichzelf eerder een “diesel” die juist van lange inspanningen geniet. Met begeleiding van coach Jelle Luinstra volgde ze Project26 van Runnersworld, leerde ze over voeding, schoenen en trainingsopbouw en deelt haar leerproces actief via vlogs. Die content levert veel steun en inspiratie op bij volgers en helpt haar anderen aan te moedigen om ook te gaan lopen. Haar wedstrijddoelen zijn pragmatisch: een persoonlijk record als brons, 2.45–2.50 als zilver en nog sneller als goud — met een knipoog dat ze graag De Vriess’ record zou aanvallen.
Tussen de twee loopt een warme wissel van ervaringen: aan de keukentafel in Sneek bespreken ze tactiek, schema’s en mentale veerkracht. Hun verhaal illustreert twee paden naar vooruitgang in de lange afstand: een traditionele, jarenlange opbouw met intensieve begeleiding en een comeback na blessures, versus een lateontdekking van de sport via gestructureerde programma’s en zichtbaarheid op sociale media. Beide hopen zondag het maximale uit zichzelf te halen en laten zien dat jonge Nederlandse marathonlopers zich stevig aandienen in een discipline die vaak door veel oudere atleten wordt gedomineerd.