Hoe staat Syrië ervoor een jaar na de val van Assad? 'Sharaa heeft me positief verrast, maar lijst met problemen is schier eindeloos'

maandag, 8 december 2025 (10:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Een jaar nadat Bashar al‑Assad verdween van het toneel, staat Syrië onder leiding van Ahmed al‑Sharaa, een voormalige jihadist die met zijn HTS‑alliantie in korte tijd de voorsteden van Damascus binnentrok en Assad naar Moskou deed vluchten. Sharaa kreeg vorige maand internationale erkenning toen hij door president Trump in The Oval Office werd ontvangen; volgens Clingendael‑onderzoeker Erwin van Veen heeft hij daarmee in korte tijd een indruk gemaakt, maar de uitdagingen blijven enorm.

De staat van het land is schrijnend: van de ongeveer 25 miljoen Syriërs zijn bijna zeven miljoen ontheemd, grote delen van steden en dorpen liggen verwoest, en op veel plaatsen liggen nog onontplofte munitie en landmijnen. Negen op de tien Syriërs leeft volgens het artikel onder een armoedegrens van minder dan twee euro per dag. Kinderrechtenorganisaties melden dat 2,4 miljoen kinderen geen school volgen, kinderarbeid toeneemt en meer meisjes vroeg trouwen.

Politiek en bestuurlijk is de overgang fragiel. Sharaa steunt sterk op hulp en politieke backing van buitenlandse leiders — met name Trump, de Saudische kroonprins Mohammed bin‑Salman en de Turkse president Erdoğan — waardoor het geheel kwetsbaar is als die steun wegvalt. In het noorden wordt voortdurend gevochten met Koerdische YPG‑militie; onderhandelingen lopen maar boeken nog weinig resultaat. Daarnaast woeden sektarische bloedbaden: in Latakia en andere regio’s vielen in het afgelopen jaar grootschalige, dodelijke conflicten langs religieuze en etnische lijnen.

Economische wederopbouw en corruptiebestrijding zijn cruciaal maar problematisch. Sancties — waaronder de Amerikaanse Caesar‑wet — vormen nog steeds obstakels, al hoopt Sharaa op opheffing van maatregelen. Tegelijkertijd lopen er twijfelachtige transacties met zakenmensen die onder Assad stonden, en het proces van confiscatie en rehabilitatie ontbreekt aan transparantie, met risico dat middelen in de handen van machthebbers belanden. Het massaal ontslag van ambtenaren die onder Assad dienden wekt wrok op en kan spanningen voeden, vergelijkbaar met de nasleep van het regime‑wissel in Irak.

Op het veiligheidsdomein speelt ook Israël een rol: het nam terrein in en bombardeerde doelen in Syrië, wat volgens Van Veen de situatie verstoort. Assad zelf leeft vermoedelijk in Moskou; Rusland zoekt een balans tussen de nieuwe machthebbers en zijn oude bondgenoot.

Van Veen concludeert dat Sharaa verrassend effectief en pragmatisch heeft gehandeld en dat er op straat meer vrijheid lijkt te zijn, maar dat politieke hervorming, rechtspraak over oorlogsmisdaden, een transparante aanpak van corruptie en een visie op decentralisatie of federatie snel nodig zijn. Zonder zulke structurele stappen blijven sektarische breuklijnen en instabiliteit een dreigend gevaar.