Hoe schrijf je een liefdesbrief die niet bedoeld is voor je eigen vrouw? | column Wieberen Elverdink
In dit artikel:
Als kind in groep 4 kreeg Wieberen Elverdink ooit een liefdesbrief van een klasgenootje, M., die thuis een piepklein schildpadje Waku had. De envelop — met in rode viltstift ‘Wiebrun’ en wat hartjes — bewaart hij nog steeds in een fotoalbum. Die vroege ervaring illustreert zijn verlegenheid: hij voelde wel vlinders, maar durfde nooit zelf een brief vol gevoelens te schrijven. Schrijven voelde altijd veiliger dan spreken; op papier kun je je onthullen zonder direct geconfronteerd te worden met afwijzing.
Decennia later kreeg Elverdink onverwacht een opdracht tijdens het jaarlijkse muziekfestival in zijn dorp in het noorden: een landelijke bekende zangeres had verzocht om een voor haar bestemde liefdesbrief in haar kleedkamer, en de organisatie vroeg hem die te schrijven. De vraag bracht twijfels—hoe richt je woorden aan iemand die je alleen van tv kent, en leest zij zulke brieven echt of belanden ze in de prullenbak? Toch besloot hij zich volledig te geven en werkte anderhalf uur aan de tekst. Een vriendin die het stukje las reageerde enthousiast: volgens haar zou de zangeres het prachtig vinden.
Het verhaal brengt thema’s samen van kwetsbaarheid, de kracht van het geschreven woord en hoe vroeg gevormde verlegenheid iemand kan blijven kleuren. Elverdink maakte op die manier alsnog zijn debuut in amoureus proza, maar de vraag of de brief het hart van de ontvanger raakt of simpelweg een nette geste is, blijft intrigerend onzeker. Journaliste Wieberen Elverdink (45) woont met zijn vrouw en drie kinderen in een middelgroot dorp centraal in het Noorden.