Hoe mooi kan je vallen
In dit artikel:
Buster Keaton wordt in het grote publiek vooral herinnerd als de meester van de val: onhandig aandoend, maar dodelijk precies in timing en lichaamstaal. Filmkenner Gerard Wolters benadrukt dat Keaton niet alleen een pantomime-acteur was maar ook een vernieuwend filmmaker: hij bedacht vaak zelf spectaculaire stunts en regisseerde films waarin visuele vertelkunst de overhand heeft boven tekst.
Vorige jaar (2025) viel Keatons 130ste geboortedag en 60ste sterfjaar relatief onopgemerkt. Wolters wijst erop dat Keaton lange tijd in de schaduw stond van Chaplin, Laurel & Hardy en Harold Lloyd. De opkomst van de geluidsfilm rond 1927/28 speelde hem parten: zijn kracht lag in pantomime en visuele grappen, precies wat het vroege geluidscinema minder nodig had. Ook studio-inmenging en zijn drankgebruik speelden een rol in zijn moeizame overgang.
De zwijgende periode toont Keaton als innovator: massascènes, razende achtervolgingen en complexe machinaties. In The General (1926) passeren legers en treinrampen de revue; in Seven Chances (1925) moet hij zich een weg banen door een lawine van rotsblokken en een woedende menigte vrouwen; Sherlock Jr. (1924) toont een inventief droomscenario met een filmoperateur als dromerige detectiveroman. Kenmerkend zijn weinig intertitles en verhalen die door beweging en mimiek vertellen.
Wolters betreurt dat Keatons werk te weinig in roulatie is; ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van The General is dat juist een gemiste kans. Streamingdienst MUBI bracht recent drie titels beschikbaar, maar volgens hem komen Keatons stunts en fijnzinnige visuele humor pas echt tot hun recht op het grote scherm.