Hoe mijn vader door de reddingboot gered werd, min of meer | column Asing Walthaus
In dit artikel:
In 1991 fuseerden de twee Nederlandse reddingsmaatschappijen tot de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM), ongeveer anderhalve eeuw nadat koning Willem I daar al om had gevraagd. Een jaar later speelde zich op Ameland een onthullend voorval af rond de lokale KNRM‑afdeling.
De vader van de verteller zat in het bestuur van de Amelander post en woonde vergaderingen bij in het boothuis bij de Ballumerbocht, een kleine pier in de Waddenzee waar ook de voormalige reddingboot Neeltje Jacoba ligt. Na een vergadering in februari 1992 verdwenen zijn nieuwe Mazda 323 spoorloos; aanvankelijk gingen de aanwezigen uit van een grap. De volgende ochtend, tijdens een koorrepetitie, werd hij echter naar de Ballumerbocht geroepen: de auto bleek van de pier in het water gerold en lag bij eb half zichtbaar in de Waddenzee.
De KNRM kwam in actie met een relatief simpele berging: ruiten werden ingeslagen, de auto aan een kabel naar de wal gesleept en met een hijskraan uit het water gehaald. De Mazda was drijfnat en total loss, en het voorval bleef jarenlang een verteld anekdote.
Recent is het oude boothuis vervangen door een nieuw, groter gebouw dat afgelopen vrijdag feestelijk is geopend. Tijdens de bouw werden tegelstenen met namen verkocht; de verteller en zijn broers lieten er een tegel met de naam van hun vader plaatsen aan de buitenmuur, met uitzicht op precies die plek waar ooit de auto te water raakte.