Hoe lang mag het voordeel van de twijfel voor het nieuwe kabinet duren?
In dit artikel:
Het kabinet-Jetten maakt na bijna honderd dagen een onzekere indruk: belangrijke besluiten wankelen en er ontbreekt nog helderheid over de koers — iets wat met Prinsjesdag concreet moet worden. Recent liet minister Mirjam Sterk (Langdurige Zorg) een eerder toegekende tariefsverhoging voor ouderenzorginstellingen intrekken, omdat die instellingen over voldoende financiële reserves blijken te beschikken. Daardoor ontstaat een meevaller die Sterk inzet om een geplande bezuiniging van 171 miljoen op de gehandicaptenzorg een jaar uit te stellen, een zet die politieke ruimte koopt bij oppositiepartijen omdat minder weerstand verwacht wordt tegen het verminderen van instellingen’ buffers.
Eerder trok minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken) ook een inzet in: de voorgenomen verhoging van de AOW-leeftijd verdween nadat bleek dat daarvoor geen Kamermeerderheid bestaat. Die stap was deels bedoeld om goodwill te kweken bij vakbonden vóór overleg, maar de vakbonden eisen ook het schrappen van ingrepen in WW en WIA en kondigen acties aan nu Vijlbrief daar geen toezegging over kon doen. Voor die arbeidsmarktmaatregelen is óók geen meerderheid, maar ze zijn lastig simpelweg te laten vallen omdat ze onderdeel zijn van de begrotingsplaatjes; het alternatief zou betekenen dat minister van Financiën Eelco Heinen ergens miljarden moet vinden.
Kortom: het begrotingsproces wordt ingewikkeld en het kabinet oogt wankel zonder duidelijke alternatieven of stabiele samenwerking met vaste oppositiepartijen. Ook interne profilering binnen de coalitie, met name bij de VVD en vicepremier Dilan Yesilgöz, draagt bij aan het beeld van een gefragmenteerd team. Een minderheidskabinet vraagt gewenning, maar met Prinsjesdag op komst groeit de vraag hoe lang het publieke en parlementaire geduld blijft.