Hoe kwam de koning aan dat retro elfstedenjasje in Dokkum en wie heeft het ontworpen? Zeven vragen
In dit artikel:
Tijdens Koningsdag in Dokkum kreeg koning Willem-Alexander een rood-wit jasje aangeboden dat hij kort aantrok tijdens een schaatspoging — een verwijzing naar het jack dat hij als 18‑jarige onder de schuilnaam W.A. van Buren droeg bij de Elfstedentocht van 1986. Het kledingstuk is een collectorsitem van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden.
Het jasje is ontworpen door Conchita de Groot uit Bolsward, die ook als kostuummaakster werkte aan de musical De Tocht. Ze werd niet op de gebruikelijke manier betaald; de vereniging vergoedde uren en materialen. Het ontwerp imiteert het oorspronkelijke jack, maar bevat geen merkenlogo: vanwege regels tegen merkpromotie is het Marlboro‑embleem vervangen door de tekst ‘Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden’ en staat op de achterkant de naam W.A. van Buren.
Het cadeau ontstond tijdens een brainstorm van de vereniging; men wilde een opvallend gebaar om de link tussen het koningshuis en de schaattraditie te benadrukken. Rond de overhandiging werd nauw samengewerkt met het Koninklijk Huis: het jasje mocht niet direct aan de koning worden gegeven maar naast zijn schaatsen worden gelegd, zodat hij zelf kon kiezen het aan te trekken. Om zeker te zijn van het juiste dekentje legde de vereniging een foto van de kroonprins uit 1986 op het jack. De koning pakte het op en trok het aan, een kort maar voor de organisatie waardevol moment.
Het jasje verdween na afloop mee met een bestuurslid; mogelijk belandt het ooit in de koninklijke garderobe. Mocht de Elfstedentocht opnieuw worden georganiseerd, dan staat de vereniging er positief tegenover dat de koning mee zou kunnen rijden: hij blijkt nog goed te kunnen schaatsen en is lid van de vereniging. Extra context: de Elfstedentocht is zeldzaam en cultureel beladen in Nederland, waardoor zulke symbolische gebaren veel aandacht trekken.