Hoe Harm van der Pal als wedstrijdrijder illegaal de Elfstedentocht van 1986 schaatste

donderdag, 26 februari 2026 (07:12) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op 26 februari 1986 stond Harm van der Pal uit Oosterzee — inmiddels woonachtig in Sint Nicolaasga — illegaal in de startkooi van de veertiende Elfstedentocht. Omdat hij geen lid was van Vereniging De Friesche Elf Steden mocht hij officieel niet aan de wedstrijd meedoen, maar Elfstedenbestuurslid en schaatser George Schweigmann gaf hem toch het wedstrijdnummer 7. Schweigmann drukte hem bij de start nog op het hart dat het hem moeilijk zou vallen als Van der Pal zou winnen; het risico van ontdekking was groot.

Van der Pal was geen onbekende in het ijscircuit, maar zijn weg naar die start was hobbelig: in 1983 brak hij een nekwervel bij een duikongeluk en herstelde wonderbaarlijk genoeg zover dat hij in 1985 als toerrijder de Elfstedentocht uitreed. Door een ledenstop bij de vereniging kon hij in 1986 niet via de normale weg starten; hij regelde een vervangende startkaart via zijn neef Oene (wel lid) en vroeg later Schweigmann om accreditatie om als wedstrijdrijder te mogen starten. Schweigmann, die hem kende van trainrondjes in Thialf, vond dat Harm na al zijn tegenslagen een kans verdiende en hielp hem aan het nummer.

De tocht zelf verliep voor Van der Pal pijnlijk en emotioneel: hij was in de kopgroep tot Franeker, maar kreeg daarna ernstige problemen — blaren, overgeven en terugkerende nekklachten — en finishte uiteindelijk als 42ste in 7 uur en 15 minuten, ruim twintig minuten achter winnaar Evert van Benthem. Tijdens de race verloor hij ook zijn skibril en had hij weinig voedsel bij zich; zijn eerdere ervaring als toerrijder en korte marathoncarrière boden beperkte houvast. Achteraf bleek dat hij tijdens de Elfstedentocht al besmet was met de ziekte van Pfeiffer, wat hem jaren lang uitputting en gezondheidsklachten bezorgde.

De nasleep leverde bijkomende problemen op: in april 1986 werd Van der Pal uit de officiële uitslag geschrapt en ontving hij geen kruisje van de vereniging. Professionele kansen kwamen en gingen: een contract bij Kwantum mislukte omdat lidmaatschap van de Elfstedenvereniging vereist bleek, maar ploeg Aegon bood later toch een contract aan — dat hij kortstondig accepteerde. Zijn fysieke achteruitgang door Pfeiffer maakte dat een geplande marathonschaatscarrière onbestendig bleef; hij kreeg vervolgens bij Aegon alleen nog een symbolische rol tijdens shows.

Van der Pal liet het er niet bij zitten en voerde het debat over de toegang tot de Elfstedentocht: hij vond het onrechtvaardig dat goede wedstrijdrijders werden uitgesloten op basis van lidmaatschap van een club. Dat leidde mede tot verandering: vanaf 1990 mochten alle A-rijders uit het marathonpeloton starten, lidmaatschap of niet. Ironisch genoeg kreeg Van der Pal zelf in november 1986 alsnog het lidmaatschap van de Elfstedenvereniging toegekend — een zeldzame uitzondering die de schaatshistoricus Ron Couwenhoven later naast koning Willem-Alexander plaatste als uitzonderlijke begunstigden.

Na zijn schaatspogingen werd Van der Pal freelancejournalist en schreef onder meer voor het ANP en deze krant, met een rubriek die lezers vaak deed lachen. De affaire rond zijn illegale start blijft hem bij: de bemiddeling van Schweigmann, de zenuwen in de Frieslandhal, de helikopter boven het peloton en de jarenlange lichamelijke nasleep maakten het tot een ingrijpend hoofdstuk in zijn leven en in de geschiedenis van de moderne Elfstedentocht.