Hoe een vuurwerkongeluk op Terschelling het leven van Chiel (57) veranderde: 'Ik lag veertien dagen in coma'
In dit artikel:
Op 1 januari 2000 veranderde het leven van Chiel van Oosterhout (57) ingrijpend toen bij een vuurwerkafsteekactie op Terschelling een sierdoos in zijn gezicht ontplofte. Van Oosterhout, destijds bedrijfsleider van café-restaurant De Groene Weide, lag tien dagen in coma en bracht weken tot maanden in ziekenhuizen en een revalidatiecentrum door. Hij verloor vrijwel al zijn zicht: één oog is een glazen prothese, het andere heeft nog zo’n 20–25% zicht. „Om hulp durven vragen was mijn allergrootste overwinning,” zegt hij over zijn leerproces na het ongeluk.
Direct na de explosie raakte Van Oosterhout ernstig verminkt in het gezicht en had hij geen herinnering aan het ongeluk zelf; hij moest het verhaal later aan vrienden en collega’s horen. Een toevallige arts kreeg omstanders zover om hem plat op de grond te houden, wat mogelijk erger letsel voorkwam. De precieze oorzaak van de ontploffing is hem altijd onduidelijk gebleven.
In het revalidatiecentrum in Apeldoorn leerde hij praktische vaardigheden: lopen met een blindenstok, braille, koken en – misschien belangrijker – hulp vragen. Terug op Terschelling bleek zijn thuissituatie veranderd: zijn vrouw verliet hem en hij raakte twee jaar in een periode van veel drinken en rebellie. Langzaam herbouwde hij zijn leven; hij ontwikkelde een „fuck you-mentaliteit” om te bewijzen dat hij nog van alles kon. Dankzij een contactlens verbeterde zijn zicht tijdelijk tot 20–25%, wat emotioneel zwaar was: hij kon weer het gezicht van zijn dochter zien, iets wat hem diep trof.
Tegenwoordig gebruikt Van Oosterhout op reis altijd zijn blindenstok — deels om praktisch te zijn, deels om vreemde reacties te vermijden: mensen bieden sneller hulp zodra ze hem zien lopen met een stok. Hij werkt een of twee dagen per week als bijrijder op een vrachtwagen bij een voedselgroothandel en redt zich redelijk binnen de kleine, behulpzame gemeenschap van het eiland. Toch blijft hij dagelijks tegen beperkingen aanlopen: struikelen, stoten en situaties waarin fel zonlicht zijn zicht sterk vermindert.
Het onderwerp vuurwerk blijft hem achtervolgen. Hoewel hij vuurwerk esthetisch nog steeds mooi vindt, vermijdt hij het afsteken en waarschuwt hij zijn kinderen scherp voor gevaar. Samen met ex-politieagent Kees Jan Doeksen bezoekt hij elk jaar basisscholen en de onderbouw van middelbare scholen om zijn verhaal te vertellen en jongeren te waarschuwen voor risico’s — soms met harde voorbeelden om indruk te maken op stoere jongens die over Cobra’s willen praten. Hij benadrukt dat een ongeluk je hele leven kan veranderen: relaties, werk en toekomstplannen kunnen verloren gaan.
Met het aankomende verbod op consumentenvuurwerk — dit jaar waarschijnlijk de laatste oudjaarsnacht dat consumenten zelf vuurwerk mogen afsteken — leeft bij Van Oosterhout gemengde gevoelens. Hij hoopt dat het aantal ongelukken daarmee daalt, maar is sceptisch dat het probleem opgelost is: veel jongeren zullen naar zijn verwachting illegaal vuurwerk uit België of anderszins halen. Ook noemt hij praktische bezwaren tegen professionele vuurwerkshows als vervangend publiekstrekkers: beperkte bereikbaarheid op het eiland, vervoersbeperkingen rond 23:45 uur en een tekort aan gecertificeerde mensen om zulke shows overal te organiseren.
Hoewel hij niet vaak aan de ramp terugdenkt, blijft die nacht voor hem emotioneel beladen: „Ik kreeg op de avond zelf een unheimisch gevoel en een brok in de keel.” Hij noemt zichzelf uiteindelijk geluksvogel: afgezien van zijn ogen is zijn gezicht grotendeels ongeschonden en hij functioneert betrekkelijk normaal — iets wat volgens een neuroloog bijna een wonder is, gezien de hersenschade. Zijn missie om jongeren te waarschuwen blijft ondanks alles helder: voorkomen is beter dan genezen.