Hoe een Leeuwarder jurist zorgde dat Johan Cruijff een jaar lang niet voor Oranje mocht uitkomen

donderdag, 19 maart 2026 (14:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Begin 1966 stond mr. Adriaan J.A. “Aja” Lobstein, griffier uit Leeuwarden en voorzitter van een KNVB-strafcommissie, centraal in een van de vroegste en felst besproken conflicten rond Johan Cruijff. De toen negentienjarige Ajax-spits werd na zijn tweede interland — Nederland tegen Tsjechoslowakije op 6 november 1966 — door scheidsrechter Rudi Glöckner in het verslag beschuldigd van een klap in het gezicht. De KNVB‑commissie sprak Cruijff op vrijdag 11 november 1966 schuldig en legde hem een jaar schorsing voor Oranje op; de reden was dat Cruijff zich “in houding en gebaar” had misdragen, een oordeel gebaseerd op het rapport van de arbiter en op filmbeelden, en getoetst aan de normen die de commissie voor dit soort feiten bij de FIFA aannam.

Cruijff ontkende opzettelijk geweld: hij hield vol dat wat hij deed een reflex was nadat hij door een tegenstander vastgegrepen werd, en dat het aanraken van de scheidsrechter mogelijk ongewild was. De straf veroorzaakte grote opschudding in Nederland; er bestond aanvankelijk zelfs vrees voor een clubontzegging, maar Ajax‑voorzitter Jaap van Praag en Cruijff zelf werden daarin niet gehinderd. Binnen dagen speelde Cruijff voor Ajax gewoon mee en was hij bepalend in grote overwinningen, onder meer tegen Feyenoord en Liverpool.

Lex Lobstein, oudste zoon van Aja, herinnert zich nog duidelijk de uitzending waarin zijn vader het vonnis afkondigde en de heftige wedstrijd waarin Cruijff voortdurend hard werd aangepakt. Aja Lobstein zelf hield zijn privémening over de zaak strikt voor zich; hij was al sinds 1963 betrokken bij de KNVB‑strafkamers, een onbezoldigde functie die hij kreeg via kennissen binnen de bond. Zijn familie beschrijft hem als een fervent voetballiefhebber die niet gemakkelijk over zijn werk sprak.

Praktisch gezien kwam de keuze voor een jaar schorsing voort uit het geringe aantal interlands in die tijd: een straf van enkele wedstrijden bij clubniveau vertaalt zich snel naar een heel jaar zonder nationale optredens. Cruijff keerde uiteindelijk in september 1967 iets eerder terug in Oranje, mede omdat de KNVB in het licht van teleurstellende kwalificatieresultaten met de hand over het hart streek. Latere controverse — bijvoorbeeld in 1969 rond de schorsing van Willem van Hanegem en de bemoeienis van het bondsbestuur — leidde ertoe dat Lobstein en zijn collega’s principieel reageerden op inmenging van de KNVB-bestuurders.

Aja Lobstein (1916–2000) was van joodse afkomst, doorstond de oorlog met arrestatie en detentie in Westerbork, en bouwde na de oorlog een juridische carrière op; vanaf 1958 was hij griffier in Leeuwarden. Tot zijn overlijden bleef hij betrokken bij voetbal, al hield hij afstand als jurist. Het incident met Cruijff markeert zowel een belangrijk moment in de vroege carrière van de speler als een opvallende, principiële episode uit Lobsteins bestuurlijke jaren binnen de KNVB.