Hoe een enkel woordje leidde tot een nieuwe, spraakmakende visie op het leven van Jezus. 'Veel mensen vinden het een fris perspectief'

zaterdag, 11 april 2026 (16:14) - Friesch Dagblad

In dit artikel:

Geurt Henk van Kooten, hoogleraar theologie aan de Universiteit van Cambridge en voormalig hoogleraar in Groningen, publiceerde een prikkelend boek over de vier evangeliën: Echo’s van het goede nieuws – De evangeliën in context, toen en nu. Wat begon als een taalkundige aantekening bij één vers in het Johannesevangelie (de formulering “Er is” bij Johannes 5:2) mondde uit in een grootschalige herlezing van de evangeliën als Griekse literatuur, geplaatst binnen de Grieks-Romeinse wereld van de eerste eeuw.

Van Kooten ontdekte via onderzoek in een grote database met Griekse teksten dat het specifieke gebruik van de tegenwoordige tijd in deze formule doorgaans betekent dat het bedoelde object op het moment van schrijven nog bestaat. Dat leidde hem tot de controversiële conclusie dat het Johannesevangelie al rond het jaar 65 geschreven moet zijn, dus vóór de verwoesting van Jeruzalem in 70 na Chr. Op basis van tal van soortgelijke literaire, historische en contextuele aanwijzingen dateert hij verder Marcus rond 67/68, Matteüs circa 80 en Lucas pas rond het jaar 100 (geschreven in Rome). Hij stelt dat Matteüs waarschijnlijk een van de twaalf discipelen was en dat Marcus en Johannes twee gelijkwaardige hoofdtradities vertegenwoordigen; Lucas herschreef en «romaniseerde» eerdere versies voor een Romeins publiek.

Centrale gedachte in Van Kootens benadering is dat de evangeliën als Griekse teksten moeten worden gelezen: stijl, woordkeus en literaire conventies geven aanwijzingen over datering, auteursintenties en publiek. Daardoor ziet hij minder tegenstrijdigheid tussen de evangeliën en meer complementaire perspectieven: elk evangelie biedt een specifiek accent, gevormd door de culturele, politieke en sociale context van de auteur en diens lezers. Zo zouden de wijzen uit het Oosten functioneel passen in het Matthëusevangelie (Parthische koningsmakers), terwijl Lucas deze figuur weglaat wegens zijn Romeinse lezerspubliek en verslechterde betrekkingen met Parthië.

Uit de reconstructie in het boek rijst volgens Van Kooten een vrij betrouwbaar beeld van de historische Jezus op: een lijdende messias wiens opstanding voor zijn volgelingen doorslaggevend was. Hij behandelt ook thema’s als de proloog van Johannes (beïnvloeding door Grieks theater), de politieke kleur van Lucas (sociaal rechtvaardig) en de morele kritiek van Matteüs. Als vermakelijk detail vermeldt hij een mogelijke geboortedatum (17 april 6 v.Chr.) en sterfdatum (11 april 27 na Chr.), al noemt hij deze datums bijvangst en niet kernachtig voor zijn betoog.

Het boek heeft veel aandacht gegenereerd: studiedagen (onder meer 17 april aan de VU), lezingen en vertalingsinteresse. Tegelijk krijgt Van Kooten kritiek: recensenten noemen delen van zijn reconstructie speculatief en vinden dat hij soms te zeker conclusies trekt op basis van beperkte aanwijzingen. Hij verdedigt zijn methode als «historische verbeelding», waarbij literaire analyse en brede historische kennis samen een coherent plaatje moeten opleveren totdat nieuw bewijsmateriaal iets anders vraagt.

Van Kooten zelf is een ervaren wetenschapper en praktijkpredikant: naast zijn leerstoel in Cambridge was hij hoogleraar Nieuwe Testament en vroeg christendom aan de Rijksuniversiteit Groningen en predikt hij regelmatig in Martinikerk en evensongs. Zijn boek, verschenen bij KokBoekencentrum (tweede druk), wil zowel wetenschappelijke als theologische lezers prikkelen door Jezus en de evangeliën als producten van hun tijd te lezen, maar met blijvende relevantie voor moderne vragen over liefde, waarheid, rechtvaardigheid en innerlijke transformatie.