Hoe een dorpsjongen uit Wytgaard starter bij het olympisch schaatstoernooi werd

woensdag, 11 februari 2026 (06:57) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

André de Vries (58) uit Leeuwarden stond zaterdag met het startpistool langs de olympische schaatsbaan in Milaan — een bijzondere mijlpaal omdat starters internationaal mogen starten tot hun 60e en dit daardoor waarschijnlijk zijn laatste Spelen zijn. De Vries begon 37 jaar geleden bij toeval als starter bij ijsclub Pier Thomas in Wytgaard, op aandringen van voorzitter Yde Santema; via een cursus in Utrecht en werk in Heerenveen groeide hij door naar nationale en later internationale wedstrijden. Sinds 2014 staat hij op de A-lijst en daarmee op de kandidatenlijst voor de Winterspelen; eerdere edities kwamen niet op zijn pad (Sotsji vond hij te vroeg, voor Pyeongchang en Peking werd hij niet gevraagd).

In Milaan kreeg hij de voorkeur boven Janny Smegen en opende direct bij de 3 km; die afstand levert minder spanning op omdat de start minder doorslaggevend is. De 500 meter noemt hij het koningsnummer: die start weegt veel zwaarder en brengt zowel zenuwen als scherpte met zich mee. De Vries heeft gevraagd zelf bij de 500 m te mogen starten — een logisch verzoek gezien zijn ervaring en omdat de andere vrouwelijke starter, de Italiaan Giovanni Talamini, veel minder olympische ervaring heeft.

De functie van starter brengt grote verantwoordelijkheid. De Vries beschrijft hoe hij schaatsers naar “ready” roept, wacht tot ze stilvallen en dan binnen één tot anderhalve seconde afvuurt; drie lettergrepen in zijn tellen zijn ongeveer 1,1 seconde. Hij weet hoe pijnlijk een diskwalificatie kan zijn — recentelijk schoot hij Marrit Fledderus uit een kwalificatietoernooi en kreeg kritiek op social media, maar hij houdt vast aan de regels. Eveneens traumatisch vond hij ooit een situatie waarin hij Ireen Wüst per ongeluk doorliet na een twijfelachtige tweede start; zij werd later kampioen, iets wat hem nog lang bijbleef.

Techniek en middelen zijn in zijn loopbaan veranderd: waar vroeger echte patronen werden gebruikt, werkt hij nu elektrisch met een apparaat dat meer weg heeft van een tuinspuit. Voor de kortebaan koestert hij nog de wens ooit met een echt pistool te starten, maar op de Spelen gebruikt hij de elektrische variant. In Milaan verwacht hij nog bij vier races te starten, met de 500 m als hoogtepunt. Hij hoopt niemand uit een toernooi te hoeven schieten, maar is vooral trots dat het hem van klein dorpje Wytgaard naar de Olympische podia heeft gebracht — een loopbaan die voor hem de bekroning van jaren werk is.