Hoe Drachten 's werelds middelpunt werd van het scheren: hier maakt Philips nog steeds het iconische scheerapparaat
In dit artikel:
Tussen een Kwik-Fit en een meubeldiscounter, ruim een kwartier lopen van de bushalte en ver van het dichtstbijzijnde spoor (Heerenveen, 23 km), staat de 75 jaar oude Philips-fabriek in Drachten — een vestiging die nog altijd een forse hap uit het concern levert. De verzorgings- en groomingdivisie die er ontwikkelt en produceert (Philishave, OneBlade) is goed voor circa 2 miljard euro omzet, zo’n 10–11 procent van Philips’ totaal. Terwijl andere onderdelen van het bedrijf worstelen met problemen rond slaapapneu-apparaten en strenge medische regelgeving, draait Drachten onverstoord door.
De fabriek ontstond in 1950; op 13 november begonnen vijf mannen en veertien meisjes in een door de gemeente verhuurd gebouw met het in elkaar zetten van elektrische scheerapparaten. Philips bouwde al snel eigen hallen en de werkgelegenheid schoot omhoog: binnen twee jaar honderden medewerkers, in 1959 ruim tweeduizend en rond 1968 zo’n 2.500. De komst van Philips veranderde het dorp ingrijpend — tussen 1950 en de jaren zeventig vervijfvoudigde het inwonertal tot ongeveer vijftigduizend, en een groot deel van de naoorlogse woningbouw is direct gerelateerd aan de fabriek.
Het beeld dat prominente figuren als prins Bernhard Drachten naar Philips’ aandacht staken, blijkt meer fabel dan feit; lokaal historici wijzen erop dat een actieve ondernemersvereniging en het gemeentebestuur na de oorlog de basis legden voor industriële vestiging. De regio had zelf al een economische geschiedenis (turfwinning, scheepsbouw, tramlijnen), waardoor arbeidskracht en handelsgeest aanwezig waren toen Philips uitbreiding zocht.
De technologie achter de Philishave kent een eigen verhaal: de ronddraaiende scheermesjes werden eind jaren dertig bedacht en werden vooral in Amerika een groot succes. Productverbeteringen volgden decennialang — zo introduceerde Philips in de jaren zeventig drie scheerkoppen voor snellere scheerbeurten; recent ontwikkelde producten, zoals een head-shaver voor kaalgeschoren mannen, werken juist met vier koppen. De fabriek verwerkt rollen staal uit Zweden en Duitsland in geavanceerde slijpmachines tot vlijmscherpe mesjes; aan de assemblagetafels zitten nog steeds veel medewerkers die onderdelen samenbouwen.
Sociaal-cultureel leverde de fabriek ook zichtbare veranderingen: boerenjongens trokken in, er ontstond een eigen werkinrichting met statusverschillen zichtbaar in gekleurde jassen (onderbaas grijs, baas bruin, chef wit) en werkschema’s botsten vaak met de gereformeerde gezindheid van veel bewoners — ploegendiensten waren aanvankelijk moeilijk in te voeren. Philips bracht buslijnen om arbeiders naar de fabriek te vervoeren en er bestond zelfs een wekelijks vliegtuig dat uit Eindhoven loonzakjes kwam brengen.
Tegenwoordig werken er ongeveer 1.500 mensen in Drachten; sinds kort worden er ook elektrische tandenborstels geproduceerd die eerder in Indonesië werden gemaakt. Onderzoek en ontwikkeling is er geconcentreerd: ongeveer 400 ontwikkelaars en technische onderzoekers werken aan automatisering en productielijnen om handelingen te minimaliseren. Dat hoge kennisniveau en de mix van decennialange ervaring met jonge, hoogopgeleide medewerkers vormen volgens leidinggevenden en oud-medewerkers de belangrijkste troef — naast directe, laagdrempelige communicatie tussen werkvloer en ontwerpers, een praktijk die innovatie en probleemoplossing vergemakkelijkt.
Toekomstzekerheid is niet vanzelfsprekend: bedrijven kijken altijd naar kosten en alternatieve locaties. Toch blijft Drachten aantrekkelijk vanwege de gespecialiseerde know‑how en het opgebouwde vakmanschap dat moeilijk elders te repliceren is — wat de vestiging tot een stabiele pijler maakt binnen Philips’ wereldwijd verspreide activiteiten.