Hoe Defensie en de Friese industrie de banden aanhalen: 'We moeten met elkaar sterk en slim zijn'
In dit artikel:
Defensie dringt er bij het bedrijfsleven in Noord-Nederland op aan de samenwerking te versnellen: korte lijntjes zijn nodig om de veiligheid en weerbaarheid van Nederland en Europa te versterken. Die boodschap kwam recentelijk van Pedro Stunnenberg, directeur Materieel, Vastgoed, Leefomgeving en Duurzaamheid bij het ministerie, tijdens het Tech Event NoordNL in Assen. Hij ondertekende daar een intentieverklaring voor nauwere samenwerking tussen Defensie en regionale bedrijven.
De aanleiding is helder: de oorlog in Oekraïne laat zien hoe cruciaal een eigen industrie is voor langdurige oorlogvoering en logistieke onafhankelijkheid. Met een defensiebudget dat dit jaar is opgelopen naar bijna 27 miljard euro wil Den Haag een groot deel van de bestedingen in Nederland of Europa houden. Om die kansen te benutten bundelden circa dertig bedrijven zich begin dit jaar in het Bedrijvencluster Defensie Noord en wordt het Defensie Innovatieteam Noord opgezet door de drie noordelijke provincies en de NOM om technologische ondernemers te koppelen aan de krijgsmacht.
Praktijkvoorbeelden illustreren de mogelijkheden: CIN-ergy (Leeuwarden) levert optiek voor gevechtssimulatoren en VR-trainingen voor F-35‑piloten; SMI Manufacturing (Leeuwarden) produceerde onderdelen voor legervoertuigen van de 11 Luchtmobiele Brigade; HyFly (Drachten) ontwikkelde de H510-dronen die tien kilo over circa 120 km kunnen vervoeren en nu ook voor maritieme inzet worden aangepast voor de Koninklijke Marine. Daarnaast werkten Kwant Controls (Sneek) en Ship Motion (Dordrecht) mee aan Amerikaanse Saildrone-voertuigen die autonoom oceaanruimtes surveilleren en ingezet kunnen worden voor onderzeebootdetectie — projecten waar commerciële en militaire toepassingen samenkomen.
De nadruk ligt op technologiebedrijven die componenten, aandrijvingen en sensortechniek leveren, niet op reguliere leveranciers van uniformen of schoenen. Organisatoren willen met name kleinere spelers beter zichtbaar maken voor Defensie, zodat budgetten ook bij hen terechtkomen en regionale ecosystemen kunnen groeien. Defensie zoekt zo minder afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers en wil de nationale defensiekracht versterken door innovatie en regionale productie te stimuleren.