Hoe de IJsselmeertocht dertig jaar geleden compleet uit de hand liep: 'Wy ha nayf west'

vrijdag, 6 februari 2026 (18:43) - Leeuwarder Courant

In dit artikel:

Op 4 februari 1996 organiseerde ijsvereniging Eensgezindheid uit Stavoren samen met schaatsclub Enkhuizen en met goedkeuring van de KNSB een bijzondere toertocht over het IJsselmeer — de eerste sinds 1963. Wat bedoeld was als feestelijke rit van ongeveer 43 kilometer veranderde binnen één dag in een logistieke nachtmerrie door een veel grotere opkomst dan verwacht. Organisator Age Bandstra, destijds verkenner en bestuurslid, keek vol ongeloof toe hoe duizenden mensen zich over de kade verzamelden en het ijs opliepen.

De organisatie had rond de 12.000 inschrijvingen geregistreerd, maar naar schatting staken uiteindelijk tussen de 30.000 en 40.000 schaatsers het bevroren IJsselmeer over. De massale toestroom hing samen met een landelijke schaatskoorts; de Elfstedentocht was vrijwel niet doorgaanbaar, waardoor veel toerrijders hun hoop op deze alternatieve tocht hadden gericht. Een week eerder leek het veilig: het ijs werd lokaal op veel plekken opgemeten met een dikte van 40–60 centimeter en de organisatie verwachtte enkele duizenden deelnemers.

Al in de ochtend ontstond chaos bij de inschrijfhokjes in Stavoren. De organisatie raakte de controle kwijt toen ongetrainde schaatsers zonder inschrijvingen en veel zwartrijders massaal op het ijs verschenen. Na de middag sloeg de sfeer om: de hulpdiensten kregen het druk met tientallen gewonden en medische noodgevallen. Ongeveer vijftig mensen werden naar ziekenhuizen in Sneek, Leeuwarden en Hoorn gebracht met onder andere vleeswonden, verstuikingen en botbreuken. Een 67-jarige man uit Schellinkhout kreeg een fatale hartaanval; later bleek hij een zwak hart te hebben, volgens Bandstra.

Vanaf ongeveer twee uur in de middag werd de situatie technisch ook zorgwekkend. Een draaiende wind veranderde de ijscondities en bracht drijfijs en kisten in beweging. Een aantal voertuigen dat op het ijs reed om gewonden naar de wal te brengen — waaronder een motor en drie auto’s — verdween in het water. Helikopters, ambulances, brandweer, kustwacht en politie waren continu in de weer, en burgemeester Greet de Vries van Nijefurd vroeg extra bijstand van hulpdiensten. Brandweerlieden probeerden vermoeide deelnemers met overreding van het ijs te krijgen; volgens betrokkenen konden ze echter niet iedereen tegenhouden.

Er werden bussen ingezet om gestrandde schaatsers terug te vervoeren; veel deelnemers zaten zonder schoenen of andere spullen omdat die bij hun startpunt waren achtergebleven. Ook werd iemand lange tijd als vermist opgegeven, maar bleek later veilig thuis op de bank tv te kijken. Na afloop bespraken de organisatoren in een havenrestaurant de hectische dag.

Dertig jaar later zegt Bandstra geen spijt te hebben van het initiatief, maar erkent hij dat de logistiek volledig uit de hand liep: „Wy ha nayf west” — ze hadden zich verkeken op de massale belangstelling. Hij is ervan overtuigd dat een dergelijke IJsselmeertocht vandaag de dag nooit meer door de overheid zou worden toegestaan omdat de risico’s te groot zijn. De gebeurtenis staat sindsdien in de herinnering als een uniek maar ook waarschuwend voorbeeld van hoe snel spontane massa-evenementen op natuurijs uit de hand kunnen lopen.