Hoe Christiaan Triebert (35) uit Leeuwarden voor 'The New York Times' wereldwijd onderzoek doet naar oorlogsmisdaden
In dit artikel:
Christiaan Triebert (35), geboren in Leeuwarden en werkzaam voor The New York Times, onderzoekt dagelijks oorlogsmisdaden en andere misstanden met behulp van open bronnenonderzoek: satellietbeelden, bewakingsvideo’s en sociale media. Eind februari werd hij midden in de nacht wakker toen de spanningen met Iran escaleerden; op 28 februari, toen de VS en Israël raketten op Teheran zouden hebben afgevuurd, startte hij meteen met verificatiewerk nadat diezelfde dag drie raketten een sportschool in Lamerd raakten. Door kleine details — een gat in een dak, honderden inslagspunten in asfalt en gebouwen, beelden van bewakingscamera’s en satellietmateriaal — reconstrueerde het Visual Investigations-team dat een nieuw wapen, een precisieraket die duizenden kleine projectielen verspreidt, de oorzaak was. 21 mensen — onder wie vier kinderen — kwamen om; hoewel de VS verantwoordelijkheid ontkenden, kreeg het onderzoek wereldwijde aandacht.
Triebert woont en werkt vanuit New York, in een wolkenkrabber vlakbij Times Square, maar is vaak onderweg voor reportages in onder meer Oekraïne en Syrië. Zijn team levert verhalen met directe politieke impact: eerder toonden ze aan dat een door de VS gelegde drone-aanval in Kabul een ongewapende man en meerdere familieleden doodde; na publicatie nam de Amerikaanse krijgsmacht uiteindelijk verantwoordelijkheid. Zulke uitkomsten illustreren voor Triebert het doel van zijn werk: verantwoordelijkheid afdwingen bij staten en strijdkrachten.
Het onderzoekswerk eist emotioneel zijn tol. Triebert spreekt open over het effect van beelden van dode kinderen en verwoesting op zijn nachtrust; collega’s hebben banen opgezegd vanwege de zwaarte van het werk. Binnen het team is er aandacht voor mentale gezondheid, onder meer via groepsgesprekken. Tegelijk houdt zijn overtuiging dat hun werk ertoe doet hem gemotiveerd: het kan misstanden zichtbaar maken en publieke druk creëren.
Triebert begon met openbronnenonderzoek tijdens zijn studie International Relations aan de Rijksuniversiteit Groningen en werkte bij Bellingcat voordat The New York Times hem benaderde na een onderzoek naar een vermeende gifgasaanval in Syrië. In het Visual Investigations-team werkt hij met mensen uit diverse disciplines aan reconstructies van conflicten en incidenten; die onderzoeken leverden onder meer twee Pulitzerprijzen op. Zijn onthullingen over de bestorming van het Capitool op 6 januari 2021 — waaronder het blootleggen van zes Oath Keepers die als lijfwacht van Roger Stone optraden — brachten hem zelf in het vizier en leidden tot persoonlijke aanvallen van politieke figuren.
Het journalistieke klimaat, vooral in de VS, baart hem zorgen: incidenten als invallen door de FBI bij journalisten en publieke aanvallen door politici maken het werk risicovoller en kunnen contacten in gevaar brengen. Triebert benadrukt dat het beschermen van bronnen en betrokkenen prioriteit heeft.
Persoonlijk blijft hij optimistisch over de mensheid: reizen en ontmoetingen wereldwijd hebben hem geleerd open te blijven en de wereld met nieuwsgierigheid te benaderen. Wie meer wil horen over zijn werkwijze kan hem op woensdagavond 17 juni in theater De Koornbeurs in Franeker zien tijdens een publiekscollege; kaarten zijn online en aan de deur verkrijgbaar.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen fileert NOS-commentator na goals Messi: 'Ik heb mij zo ontzettend geërgerd!'