Het was in 2025 warm en bijzonder zonnig en vorstdagen waren er nauwelijks
In dit artikel:
2025 zette de opwarming voort: het jaar was duidelijk warmer dan normaal en bereikte een jaargemiddelde dat in de vorige eeuw niet werd gehaald. Tegelijk was het uitzonderlijk zonnig — alleen 2022 kende in de afgelopen honderd jaar meer zonuren — en droog door een zeer droge lente en zomer; alleen de herfst bracht veel neerslag terug. Het laatste totaal drogere jaar was 2018.
Het jaar begon stormachtig: op nieuwjaarsdag werd op Vlieland een windstoot van 104 km/u gemeten. Januari kende nachtvorst maar geen extreem koude nachten (niet kouder dan −4 °C); Leeuwarden registreerde op 18 en 19 januari de enige ijsdagen van het jaar vanwege aanhoudende mist. Februari was de enige maand kouder dan normaal: in het noordoosten viel lokaal 15–25 cm sneeuw en Buitenpost noteerde de laagste jaartemperatuur van −8,3 °C. Drie dagen later steeg het op sommige plaatsen naar 17 °C, wat de grote temperatuurvariatie in de winter illustreert. Over de winter heen was het bijna een graad zachter dan normaal en de droogste sinds 2017.
Maart was historisch zonnig en vrijwel droog; West-Terschelling kreeg slechts 3 mm regen. Wel viel op 23 maart in Leeuwarden een lokale wolkbreuk van 34 mm. April en mei waren warm, zonnig en droog — tussen 26 april en 21 mei bleef het vrijwel droog en mei bracht meer dan 300 zonuren in Leeuwarden, een niveau dat in 75 jaar maar vier keer hoger was. In Makkum en op Vlieland bedroeg de lente-neerslag slechts 48 mm; alleen in 2011 en 1976 was het daar nog droger.
De zomer kende hoge temperaturen en ongelijkmatige buien. Juni werd zeer warm (alleen 2019 en 2023 iets warmer). Juli begon met hitte tot 35 °C in het zuidoosten en liet grote lokale neerslagverschillen zien: op sommige plekken vielen in juli meer dan 160 mm, terwijl Vlieland maar 24 mm noteerde. Augustus verliep droog met een lange neerslagloze periode van 7–28 augustus; de zomer als geheel was droog, zonnig en ruim een graad te warm (alleen 2003 en 2019 waren gemiddeld nog iets warmer).
September startte nog warm maar schoof richting herfst. Oktober werd uitzonderlijk nat door stormen Amy (4 oktober) en Benjamin (rond 23 oktober); de maand was sinds 1900 slechts vijf keer natter dan nu, met bijvoorbeeld 186 mm op West-Terschelling. November begon zacht maar werd kouder met de eerste vorst op 20 november en wat sneeuw drie dagen later; de herfst was zowel warmer als veel natter dan gebruikelijk, waardoor de voorjaarsdroogte deels werd opgeheven. December was zeer zacht en grijs tot de kortste dag, waarna het met koude, zonnige kerstdagen omsloeg.
In Leeuwarden bedroeg het jaargemiddelde 10,7 °C tegen 9,9 normaal — het vierde te warme jaar op rij, waarbij jaren boven de 10 °C sinds 1990 veel vaker voorkomen. Leeuwarden telde 87 warme dagen (norm 67), 18 zomerse dagen (norm 15) en 3 tropische (norm 2); vorstdagen lagen met 59 dicht bij normaal (51). Provinciaal viel ruim minder neerslag dan normaal: circa 745 mm tegen 859 mm, het droogste jaar sinds 2018 en het op twee na droogste van deze eeuw (alleen 2003 en 2018 waren droger). De meeste regen viel ten zuidoosten van Drachten (850–900 mm), het droogst was Schiermonnikoog met 606 mm. Zonnemeting op de vliegbasis kwam uit op circa 2.075 uur, fors meer dan het normale 1.789 uur; alleen 2022 was nog zonniger.
De cijfers tonen een combinatie van opwarming, meer zonuren en grotere regionale verschillen in neerslag — kenmerken die ook in langerlopende klimaattrends passen en die extremen zoals hitte, lokale zware buien en stormen benadrukken.